Keys & Chords

 MARC STAGGERS: THEN & NOW

Echte soft soul à la Luther Vandross & Freddie Jackson. Ik heb nog nooit gehoord van deze Amerikaanse zanger uit Washington, maar hij mag er best zijn. Toch is hij bijna twintig jaar bedrijvig en deed hij ervaring op in het kerkkoor met Mon & Pop Winans, met Clifton Dyson van de Dyson’s Faces, en met Stu Gardiner, de muziekdirecteur van Bill Cosby. Hij heeft ook tv-ervaring en bracht in 2006 zijn gospelalbum ‘Rejoice’ uit. Daarnaast was hij ook de producer van de radioshow ‘If You Can Dream’ voor het ontdekken van nieuwe gospeltalenten. Ook trad hij aan voor de viering van de twintigste verjaardag van Solar Radio, en tijdens Smooth FM’s TSOP in de UK. Zijn old school soft soulstijl doet me af en toe terugdenken aan wijlen Luther Vandross en aan Freddie Jackson, maar Marc blijft toch zichzelf. Het merendeel van de songs zijn mid-tempo of ballades. ‘All My Lovin’’ is de eerste track, en die bevalt me dadelijk. Een mooie melodie, leuke arrangementen en Marc kan echt soft soul zingen. ‘Can’t Get Enough Of This Groove’ is iets sneller, ook leuk, en een echte “stepper”. De ballade ‘He Can Never Love You’ laat Marc van zijn gevoelige kant horen, terwijl ‘Just You & Me’ een echt relaxed nummer is. Daarna komt ‘When I Think About Your Love’, een sensuele ballade. ‘If I Was Your Lover’ is weerom iets meer up-tempo, en de strijkersarrangementen doen me aan Barry White denken. Dan is ‘Lies’ aan de beurt, een mooie ballade, gevolgd door ‘Let Me Take You To A Place’. Op ‘L.O.V.E’ wordt Marc bijgestaan door zanger Donniele Graves, en opnieuw meen ik hier en daar Luther te horen. ‘Momma’ sluit af. Een opmerkelijke “independent” release, die getuigt van echt talent! Dit is wat anders dan die moderne R&B!

“Marc, you amaze me with your professionalism and sensitivity, and that on your first secular album. You remind me sometimes of the great Luther Vandross and of Freddie Jackson, but you are your own soft soul man. Thanks, Di-Lee, for bringing this one to my attention!”

Patrick Van de Wiele ***1/2

Label: Mar*Reg Music

Nr.: MRM0001

Distr.: www.soulchoonz.com

Meer info: www.soulchoonz.com

Website: www.myspace.com/marcstaggers

ANDREW JR. BOY JONES: GETTIN' REAL

Andrew Jones is een bluesman met een talent zo groot als zijn thuisstaat, Texas.

Jones werd geboren (16-10-1948) en getogen in een zeer muzikale familie in Dallas, Texas. Rond zijn zestiende begon hij professioneel te musiceren in het gezelschap van Freddie King en The Thunderbirds. Later zou Jones toeren met Freddie King, alsook met Johnny Taylor en Katie Webster (Andrew is ook sideman op Katies Swamp Boogie Queen). Verder zou hij ook zeven jaar bandleider zijn bij Charlie Musselwhite. In zijn thuisstad had hij ook heel wat opnamen en concerten met R.L. Griffin. Jones kreeg een eerste godengeschenk, een gitaar, van zijn moeder, die trouwens zangeres was bij het orkest van jazzmuzikant Adolphus Sneed.

Gettin Real is alvast Jones vijfde release en bevat acht eigen composities en twee volwaardige covers. Zo is Marvin Gayes Whats GoinOn een leuk instrumentaal geheel eigen geïnterpreteerd meesterstukje. Op de stevige opener Struggle kaart hij alvast de wereldcrisis aan, met stevige gitaarlicks en een bijna huilende stem, pakt Jones je zo bij het strottenhoofd. Samen met John Street op keyboards, Tommy Tucker met de baslijnen, Jamil Byrom achter het drumstel en Cheryl Arena op harmonica, bewijst dat Jones en band uit het goede hout te zijn gesneden en weten duidelijk waar de mosterd vandaan te halen. People Say Im Crazy is zon typische Texas bluessong, die opnieuw wordt verheerlijkt door Jones emotionele stem. Negative Talkin wordt het hemel ingeblazen door Cheryls mondharmonica en heeft zowaar Chicago bluesgevoelens. Knap hoe Andrew hier zoveel ruimte geeft aan zijn band, dit alleen al etaleert zijn grote klasse. Dont Let The Green Grass Fool You is een instrumentale uptempo soulsong, Jones houdt het vooral lekker ingetogen met een boeiende piano instrumentatie in het middenstuk. ‘Good Lovin’’ is nogmaals soul van een zeer hoog gehalte. Gettin Real is een knappe release, al missen wij nummers als Jr. Boys Jam uit het eerder verschenen album I Need Time.

Andrew Jr. Boy Jones, weeft in ‘Gettin Real’, perfect blues en soul tot één geheel met pakkend gitaarwerk.

Philip Verhaege ****½

Label: Electro-Fi Records

Nr.: 3415

Distr.: www.parsifal.be

Meer Info: www.electrofi.com

Website: www.andrewjones.com

 CURLEY BRIDGES: LIVE AT THE SILVER DOLLAR ROOM

Ja, ook in Toronto, Ontario, Canada zijn er levendige en leuke bluesclubs te ontdekken.

Getuige deze liveregistratie van blueslegende Curley Bridges, die op 7 februari 1934 werd geboren in Faqauy Varina, North Carolina, net buiten Raleigh. Zijn vader was zowaar bevriend met Fats Waller en werkte op de boerderij en was muzikant, terwijl moeder kerkorgelist was. En zo kon Curley moeilijk ontsnappen aan de invloeden van de countryblues.  Deze boogie-woogie pianist begon op 19-jarige leeftijd te musiceren na het horen van Albert Ammons, Pete Johnson en Piano Red. Na zijn legerdienst vestigde Curley zich in Washington, DC en was 13 jaar lang vocalist-pianist bij trompetlegende Frank Motley. Samen met The Motley Crew, verhuisde Curley in 1966 naar Toronto. In datzelfde jaar verliet Bridges de band, maar bleef Canada enigszins trouw en werkte er succesvol als solo-artiest en/of in trios en bigbands.

Op 17 januari 2009 keerde de 75-jarige Bridges terug naar The Silver Dollar Room, waar hij in 1958 een eerste optreden had. Na Keys To The Blues (Electro-Fi 3358) en Mr. Rock N Soul (Electro-Fi 3369) is deze Live At registratie pas zijn derde album. Twaalf tracks werden hieruit geselecteerd en geven ons een klein idee hoe dit verjaardagsconcert werd gevierd. Curley wordt begeleid door het muzikaal talent Chris Whiteley (gitaar, vocals, harmonica en trompet), Omar Tunnoch op bas en Bucky Berger achter de trommels. De afwisseling tussen eigen materiaal en fijn uitgekiende covers, geven alvast een leuke interactie met het aanwezige publiek

Caledonia van B.B. King, Albert Collins‘ ‘Honey Hush’ of het eigenaardige Sloop John B - oorspronkelijk een West-Indische tune die pas populair werd door The Kingston Trio in 1958 maar bewerkt werd door The Beach Boys voor hun album ‘Pet Sounds -, zijn heerlijke ingrediënten. Curley en band geeft ze hier alvast en gezwind een eigen interpretatie mee. Bridges, die zich vooral in de eerste set weinig toonvast toont, speelt ook nog eens liptrompet. 3 OClock Blues en Since I Met You Baby beginnen aardig met zuiver harpwerk tot Curley zijn liptrompet te voorschijn tovert. De fun is zo uit de songs, wat bezielt de man hier toch. Het tweede deel begint verrassend door en met gastpianist Julien Fauth, met een fantastische en feestelijke Happy Birthday, Curley Bridges boogie-woogie. Om vervolgens de toon verder te zetten met ‘Mr. Rock n Soul, uit het gelijknamige album. Eindelijk overtuigd Bridges met zijn vocale kwaliteiten dito keyboardspel.

Op dit live album wordt perfect weergegeven hoe de stemming en de sfeer was die bewuste avond in The Silver Dollar Room.

Philip Verhaege ****½

Label: Electro-Fi Records

Nr. : 3412

Distr.: www.parsifal.be

Meer Info: www.electrofi.com

Website: www.curleybridges.com 

 FOR SELENA AND SIP: PIMROSE PATH

Unieke Scandinavische melodische rockmuziek van een band die nu ongetwijfeld voor hun grote doorbraak staat.

Eigenlijk begon de story rond deze band in 2004, toen Pasi Kolari (gitaar) en Teemu Turkia (bas) beslisten een metaalgroep in het leven te roepen. Samen met Annika Jalkanen (vocals), Maritti Pohjosaho (gitaar), Kuka Sillanmäki (drums) en Teme Oksanen op keyboards, brengen ze nu rustige en emotionele, maar vooral meer melodische beïnvloedde pop en rocknummers. 

Na ‘Overdosed On You’ is deze ‘Pimrose Path’ een tweede release voor de band FSAS. Alles werd keurig ingeblikt en gemixt in de Studio Underground in Zweden, onder leiding van producer Pelle Saether. Het album bezit twaalf originele tracks, waaronder een geleende en uiterst verwonderlijke cover van Kylie Minogue ’Confide In Me’. Vooral de getalenteerde en het kristalhelder stemgeluid van Annika zorgt voor een onvergelijkbare mix van (lichte) metal, rock en pop. Door deze unieke sound hebben vooral ‘Bring Me The Sun’ en ‘Broken Mirror’ zowaar hit- en radiopotenties. De sterke opener ‘Countdown To The Stars’ begint met lichte keyboardtonen om plots te ontploffen en afwisselend fantastische tempowisselingen te ondergaan, die wij heupwiegend en luchtgitaar spelend zullen ondergaan. De echt gotiek en zeer donkere heavy metal fan zal ongetwijfeld ook For Selina And Sip in hun armen sluiten. Het zal alleszins de verzadiging van bands in hetzelfde genre tegengaan, het is een welkome verademing in deze stijl van muziek.

Met dit degelijk muzikaal potentieel is het voor deze Finnen dan ook geen verrassing dat ze onderdak vonden bij het gerenommeerde Nederlandse Mascot Records.

Philip Verhaege ***½

Label: Mascot Records

Nr.: M72922

Distr.: Bertus

Meer Info: www.myspace.com/forselinaandsip

Website: www.forselina.net

 FOREST SUN: HARLEQUIN GOODNIGHT

‘Harlequin Goodnight’ is inmiddels reeds het zevende album van de troubadour uit San Francisco. De voorgangers waren ‘So Nice’, ‘Plenty’, ‘For The Story’, ‘Walk Trough Walls’ ‘Not Afraid’ en ‘Dancing Again’.

Vanaf de opener ‘Be Kind To You’ doet Forest Sun mij ergens aan de prille James Taylor van ‘Fire And Rain’ denken en hij laat zijn plaat op die manier rustig verder kabbelen. Daar is niets mis mee want Forest Sun heeft een aangename stem en het lijkt er soms op alsof hij ergens vanuit een schommelstoel ‘on the backporch’ aan het zingen is.

Nu en dan gaat het tempo wel even de hoogte in zoals in ‘This Lightning’, waar hij vocale ruggensteun krijgt van Zach Blizzard. Op ‘Queen Anne’s Lace’ en het eveneens uitstekende ‘Gurus And Rockstars’ laat hij zich respectievelijk door Sean Hayes en Larkin Gayl vocaal begeleiden.

Forest Sun houdt het allemaal heel simpel met onder meer Steve Adams op bas en Michael Messer aan de drums en op die mannier komen de verhaaltjes die hij in ieder nummer vertelt beter aan de oppervlakte. Een song als ‘High And Low’ wordt dan weer naar een hoger niveau getild door het dobrospel van David Phillips.

Forest Sun waagt zich slechts éénmaal aan een song van iemand anders, namelijk aan ‘She Belongs To Me’ van Bob Dylan, maar we mogen hier toch wel van een geslaagde cover spreken.

Er werd bij de opnamen spaarzaam met de elektriciteit in de studio omgesprongen en de plaat komt dan ook heel akoestisch over, misschien zelfs ietwat braaf.

Wij kijken uit naar zijn volgende cd, want enig potentieel is niet vreemd aan Forest Sun.

Ivan Van Belleghem ***1/2

Label: www.PaintedSun.com

Nr.: N-Z-N

Distr.: www.SaintedSun.com

Meer info: www.PaintedSun.com

Website: www.FrestSun.com

 HARMONICA SHAH: IF ALL YOU HAVE IS A HAMMER, EVERYTHING LOOKS LIKE A NAIL

Motown en Techno, maar vooral de auto-industrie (Ford, Chrysler en General Motors) maakten van Detroit, het industrieel kloppend hart van de States.

En laat dit laatste nu net de ernstigste crisis, sinds zijn ontstaan meemaken, mede door de verhuis naar lage loonlanden, de kredietcrisis en de plots stijgende olieprijs.

Harmonica Shah laat zich door de jaren heen in een aantal songs inspireren door deze vierwielers. Ook op eerder verschenen albums als ‘Motor City Mojo’ (Blue Suit BS-114D), ‘Listen At Me Good’ (South Side SSR 004) en ‘Tell It To Your Landslord’ (Electro-Fi 3377), zijn meerdere songs aan dit onderwerp gewijd. Shah was trouwens 15 jaar lang trouwe medewerker van de Ford groep. Zijn recente release werd ingeblikt in amper twee dagen in de Studio 92 in Toronto, Canada. Van de dertien tracks zijn er liefst twaalf van Seward Shah’s hand. Bij stadsgenoot John Lee Hooker leende hij voor de gelegenheid ‘Boom Boom’. Toch bekennen wij hier meer flarden Chicago blues, dan Detroit getinte tonen. Jack De Keyzer,  op elektrische- en akoestische gitaar naast Shah met de vocals en uiteraard harmonica, trekken de hoofdrollen naar zich toe. Maar denk dan niet dat Alec Fraser met de baslijnen en Al Cross achter de drums, in een vergeethoekje worden gedrumd. Gelegenheidspianist Julien Fauth tokkelt er fleurig op los in ‘Every Goodbye Ain’t Gone’ en ‘If You Don’t Leave’. Met ‘Out On The Highway’ gaan we naar de South of Chicago en op ‘I’ve Got A Woman Black As Midnight Gold’ zitten wij zowaar, mede door het akoestisch gitaargeluid, in het diepe zuiden van de Delta.

Regelmatig moedigt Shah, Jack aan om een solo uit zijn vingers te puren. Zo ook op het instrumentaal ‘I’ll Get Somebody Who Will’, waar de wisselwerking tussen de bandleden, boekdelen spreekt.

Harmonica Shah weeft hier nogmaals perfect rauwe jukejoint blues met een verstedelijkt geluid. Pur sang!

Philip Verhaege *****

Label: Electro-Fi Records

Nr.: 3413

Distr.: www.parifal.be

Meer Info: www.electrofi.com

Website: www.harmonicashah.com

 LIGHTNIN' GUY & THE MIGHTY GATORS: LIVE FRM THE HEART

Tijdens de jongste editie van het Belgium Rhythm & Blues Festival in Peer kregen Lightnin’ Guy & The Mighty Gators de eer toegewezen de aftrap te geven op zondag en het dient gezegd dat ze zich zeer goed staande hielden tussen al dat Amerikaans en Brits geweld dat na hen het podium innam.

Dat Lightnin’ Guy & The Mighty Gators een uitstekende live act zijn bewijzen ze eveneens ten overvloede op hun cd die ‘Live From The Heart’ heet. Of het plaatje nu werd opgenomen in The Steamboat in Austin, Texas of in het Cultureel Centrum De Link in Sint-Eloois-Winkel, West-Vlaanderen maakt helemaal niets uit. Het lekkere gevoel dat de muziek hier vanuit de maag komt is volop aanwezig. De luisteraar beleeft namelijk heel veel plezier aan dergelijke cd en dit is inderdaad het enige dat telt.

Lighnin’ Guy Verlinde en kompanen vliegen er meteen frontaal in met een stomende versie van Studebaker John’s ‘Highway King’.

De heren kennen hun klassiekers en de covers werden dan ook prima uitgekozen. Zo werd er voor twee nummers, namelijk ‘Congo Square’ en ‘Gone Pecan’, beroep gedaan op Sonny Landreth. Verder zetten ze ook hun tanden in ‘Going Down’ van Don Nix en ‘Hip Shake’ van Slim Harpo, terwijl op ‘Ain’t No Sunshine’ van Bill Withers de blazers zich uitstekend van hun job kwijten. Ook de eigen nummers en niet in het minst ‘Gator Bop’ mogen er best zijn.

Lightnin’ Guy & The Mighty Gators laten op heel wat tracks hun liefde voor de muziek uit Louisiana de volle loop en dat ze een song als ‘Junco Partner’ coveren strekt hen tot eer. Net zoals ‘Junker’s Blues’ was dit ooit een lijflied bij de gevangenen in New Orleans en in Angola. Het werd voor het eerst in 1951 op de plaat gezet door James ‘Wee Willie’ Wayne. De song stond ook model voor ‘The Man And The Donkey’ van Chuck Berry. De versie die ons door Lightnin’ Guy wordt voorgeschoteld smaakt flink gekruid dankzij een gumbo van slide gitaar en blazers. We kunnen dergelijke songkeuze enkel toejuichen.

Een dikke pluim voor Guy Verlinde (vocals, slide gitaar en harp), Lazy Arne Demets (gitaar), Stefan ‘Jawa’ Boret (bas), Dominique Vantomme (Hammond en piano), Joery De Wachter, Geert Vansteenkiste (koperblazers) en Thiery ‘Mr. T’ Stievenart (drums), want dit schijfje swingt als de vliegende tering. We hopen ze volgende zomer op een of ander festival te lande tegen het lijf te lopen. In the meantime… “Laissez les bon temps rouler” en we houden nu alvast onze zonnebril klaar.

Ivan Van Belleghem ****

Label: L-E-B

Nr.: N-Z-N

Distr.: www.lightninguy.com

Meer info: www.myspace.com/lightninguythemightygators

Website: www.lightninguy.com

JOEL RAFAEL: THE SONGS OF WOODIE GUTHRIE VOL 1 & 2

Waardig eerbetoon

Woody Guthrie blijft de leidsman voor verschillende generaties van muzikanten. De songcatalogus van dit Amerikaanse folkfenomeen leidde in het verleden al tot allerhande tribute toestanden waar vooral de platenfirma’s beter van werden. Ik keek aanvankelijk eerder sceptisch aan tegen de zoveelste recyclage van Guthrie’s oeuvre en deze dubellaar bleef dan ook een tijdje onaangeroerd op de werktafel tussen het stapeltje nieuwe releases. Joel Rafael is één van de weinige singerssongwriters die het privillege geniet om op Inside Recordings het label van Jackson Browne te resideren. Geheel terecht overigens, vorig jaar leverde de songsmid uit California met ‘Thirteen Stories High’ een uitmuntend werkstukje af. Zijn eerbetoon aan Woody Guthrie is al enkele jaren ouder, ‘Woodeye’ en ‘Woodyboye’ dateren respectievelijke uit 2002 en 2005 en zijn al een tijdje moeilijk verkrijgbaar.Vanaf de eerste beluistering is het meteen duidelijk dat de bundeling van deze werkstukken geen slecht idee was. Samen met zijn dochter Jamaica (viool en harmoniezang) blaast Joel Rafa het repertoitre van Guthrie op meesterlijke wijze nieuw leven in. ‘Woodye’, het eerste deel kwam grotendeels op geleend materiaal van Jackson Browne tot stand. Van Dyke Parks speelt accordion op ‘1913 Massacre’ en EllisPaul zint mee in ‘When The Curfew Blows’. Het is weinigen gegeven om de muzikale nalatenschap van een icoon als Woody geloofwaardig te interpreteren maar Joel Rafael heeft de persoonlijkheid en maturiteit om dit tot een goed einde te brengen en voegt op beide delen telkens een eigen song toe. ‘Talking Oklahoma Hills’, een intrigererend reisverhaal speelt zich af in Okemah, de geboorteplaats zijn illustere voorganger waar Rafael jaarlijks optreed en het ontroerende ‘Sierra Blanca Massacre’. Op het tweede deel figureren naast de fiddle van Rafaels dochter en Van Dyke Parks ‘ piano en accordeon de stemmen van Arlo Guthrie, Jimmy LaFave, Jackson Browne en Jennifer Warners op de achtergrond. Rafael gaat verder in zijn boeiende exploratietocht, speurde onafgewerkte songwerk op waarvoor hij de muziek componeerde. De connaisseurs hebben uiteraard het originele werk van de meester zelf in huis met compillaties zoals ‘This Land Is Your Land’, ‘ Hard Travelin Man’, of de recente imposante bloemlezing op Rounder ‘My Dusty Road’. Dit tweeledig eerbetoon van Joel Rafael vormt een mooie aanvulling voor liefhebbers van traditionele countryfolk.

Cis Van Looy ****


Label: Inside Recordings

Nr.: 90714

Promotion: Hemifran

Meer info: www.insiderecordings.com

Website: www.joelrafael.com

THE HOMEMADEJAMZ BLUES BAND: I GOT BLUES FOR YOU

Nog steeds de hartendieven onder het massale bluespubliek Indien je nog wat ouwe auto-onderdelen zou hebben liggen, en nog in goede staat verkerend, contacteer dan Renaud Perry want die weet hoe hij ouwe schroot in mooie leuke hebbedingetjes kan omzetten. Inderdaad, de Homejamz Blues band is er terug met een nieuwe knappe schijf. Nog steeds met die speciale gitaren, die toch een bijzondere sound produceren, krijgen we weer een langspeler die je kunt aankopen zonder er zelfs even naar geluisterd te hebben. Dit is (h)eerlijke muziek en de drie jonge snaken weten zeer goed hoe ze een gevoelige (en dan bedoel ik niet die van een gitaar) snaar moeten raken.

Toch viel mij onmiddellijk één ding op: deze muziek klinkt echt alsof je hier een band of performer bezig hoort die al enkele decennia aan de weg timmert, maar deze band is nog steeds de jongste op wereldniveau.

Vader Renaud leverde zo goed als alle songs behalve ‘Grits Ain’t Groceries’ dat hij voor de gelegenheid even leende bij Titus Turner.

Een variatie van prachtige bluessongs passeert de revue en het is vooral de opener ‘Hard Headed Woman’, met schitterende baslijnen van Kyle, die meteen onze aandacht trekt. Maar dan klopt de knappe sleper ‘Dusk Till Dawn’ aan de deur en luister vooral goed naar de drums. Alsof ze achteraf aan de song werden toegevoegd en live op tape werden gezet. Maar ik kan verkeerd zijn.

Nog zo’n knappe ballade waar je niet meteen genoeg van krijgt is ‘Heaven Lost An Angel’. Laat je onderdompelen in de knappe riffs van Ryan die nog maar eens bewijst een stem uit de miljoenen te hebben. Zelden betere bluesvocals gehoord. Ach, deze jonge mensen krijgen van me steeds het voordeel van de twijfel omdat ze altijd zo overtuigd hun muziek weten te presenteren.

‘I Got Blues For You’ is een titel die boekdelen spreekt en die plichtgetrouw alle eisen van iedere bluesliefhebber zal inwilligen. Nu nog op onze Vlaamse festivals en we zijn weer tevreden.

Alfons Maes ****

Label: Northern Blues

Nr.: NBM0055

Distr.: Parsifal

Meer info: www.parsifal.be

Website: www.hmjamzbluesband.com

JOHN BARRY: AMERICANS

Deze Brit is wellicht één van de bekendste hedendaagse componisten van filmmuziek.

Sinds Barry in 1962 de melodielijn, die Monty Norman voor de soundtrack van ‘Dr No’ bedacht, in een aangepast instrumentaal arrangement goot is zijn naam onlosmakelijk verbonden met de James Bond prenten. In 1937 zag hij op vierjarige leeftijd Mickey Mouse en hij was niet meer weg te slaan uit de bioscopen die zijn vader in Yorkshire runde. Als jonge knaap analyseerde hij al de interactie tussen muziek en de filmbeelden. Door zijn oudere broer leerde John jazzmuziek apprecieren, waarvoor hij als klassiek geschoold pianist aanvankelijk zijn neus ophaalde. Charlie Parker, Miles Davis, Chet Baker werden later zijn voorbeelden en Barry begon trompet te spelen. In de jaren vijftig richtte hij met enkele vrienden John Barry & The Seven op en verhuisde naar Londen. De groep kreeg nationale bekendheid en trad aan in tv-programmas’s. Barry begon zich in de jaren zestig op het componeren van filmmuziek toe te leggen en er volgde een hectische periode met een verschroeiend werkschema. In ’65 werkte Barry een tiental projecten af. Tien jaar later besloot hij om terug de studio in te duiken. Met de sessies die in november ’75 in de Glen Glenn Studios in Hollywood werden opgenomen focuste hij zich volledig op de muziek. Het was het eerste project dat niet in functie van een film tot stand kwam. Barry vond inspiratie in de skylines van Amerikaanse steden. Een jazzcombo wordt ondersteund door een uitgebreid orkest onderleiding van Israel Baker en de uitvoering van ‘Yesternight Suite’, een muzikaal klanktapijt van bijna achttien minuten waarin Barry in een sfeervol klanktapijt van emoties neerzet, eist alle aandacht op. Op de oorspronkelijke vinylversie nam ‘Yesterday Suite’ een volledige plaatkant in beslag. Maar ook de overige tracks zijn de moeite waard. ‘Down Town Walker’, de opzwepende ritmiek van ’Scorpio’, het sensuele, onderkoelde ‘Social Swing’ en de afsluiter ‘Speaking Mirrors’ baden in een gesofisticeerde jazzbenadering. Als bonus krijg je bij deze heruitgave nog enkele film- en tv-thema’s uit de jaren zeventig bovenop.

Cis Van Looy ***1/2

Label: Emarcy

Nr.: 531 340 5

Distr. Universal Music

Meer info: www.universalmusic.com

 SPARKS: THE SEDUCTION OF INGMAR BERGMAN

Ik herinner me nog dat er op zondagavond bij ons thuis in de jaren vijftig steevast naar een hoorspel op het toenmalige NIR werd geluisterd, en dit met de voeten op de Leuvense stoof gezeten. Het radioluisterspel was toen zeer populair aan weerszijden van de Atlantische oceaan, maar is door de opkomst van de televisie haast volledig uit de eter verdwenen.

Ron en Russell Meal van Sparks doen hierbij een poging om het genre enigszins in ere te herstellen. Velen onder u zullen Sparks nog kennen van hun hits uit 1974, namelijk ‘This Town Ain’t Big Enough For The Both Of Us’ en ‘Amateur Hour’ en lp’s ‘Kimono In My House’ en ‘Propaganda’. De broertjes Meal waren afkomstig uit Los Angeles, maar verbleven tijdens hun succestijd in Engeland. Hun repertoire was doorspekt met een soort humor, waar ze zich ook in hun luisterspel uitgebreid van bedienen.

Hun luisterspel, dat op een muzikale basis steunt, heet ‘The Seduction Of Ingmar Bergman’.

De Zweedse versie werd in augustus 2009 op de Zweedse radio uitgezonden en er werd zowel een ‘Limited Edition’ op cd en als dubbellp op de markt gegooid, met een bijhorend twaalf bladzijden tellend boek. De Engelstalige editie van ‘The Seduction Of Ingmar Bergman’ is eveneens te verkrijgen in vinylversie (dubbel lp) en als cd en kan ook worden gedownload. Mijn vriendelijke postbode stopte de Engelstalige cd-versie in mijn handen. Om ten volle van de plaat te genieten kan het je een hele eind op weg helpen wanneer je een cinéfiel bent en ook nog van Ingmar Bergman houdt. Voor de rest van de bevolking wordt het hard kersen eten, want de plaat is niet echt toegankelijk. Ingmar Bergman was een filmmaker die meerdere cinematografische meesterwerken uit zijn hoge hoed toverde zoals ‘Het Zevende Zegel’, ‘Fanny En Alexander’, ‘Kreten En Gefluister’, ‘Scènes Uit Een Huwelijk’ en nog vele andere.

Het verhaal begint in 1956, wanneer Ingmar Bergman voor de eerste maal de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes binnenrijft. Het verdere verhaal gaat uit van de veronderstelling wat er zou gebeurd zijn indien Bergman een Hollywood product zou zijn geworden. Hij wordt in een limo Hollywood binnengereden. In zijn hotelkamer kan Bergman beroep doen op de diensten van een lichtekooi met de bedoeling dat hij zich in Hollywood thuis zou voelen. Bergman slaat ook op de vlucht voor handtekeningjagers en hij vindt dat Hollywood massaproductie voortbrengt, die indruist tegen zijn definitie over het maken van een film. Het ganse verhaal wordt muzikaal heel vakkundig uit de doeken gedaan in 24 tracks zoals ‘Limo Driver’ (Welcome To Hollwood), ‘He’ll Come Around’, ‘Pleasent Hotel Staff’, ‘Bergman’s Ponders Escape’ enzovoort. Jonas Malmsjö verdient een pluim voor zijn vertolking van Bergman. Soms komt Sparks in de buurt van Zappa, soms is het opera, zoals in ‘Garbo Sings’ en track 5, ‘Mr. Bergman, How Are You?’ is zelfs heuse rock ’n’ roll. De overgrote meerderheid van de rock en pop liefhebbers gaan, na een paar tracks te hebben beluisterd, het voor bekeken houden, daar ben ik volstrekt zeker van. Wie volhardt tot en met track 24 van ‘The Seduction Of Ingmar Bergman’ gaat het zich evenmin beklagen en sommige luisteraars zullen het zelfs een meesterwerk vinden. Maar het is, ik herhaal, géén toegankelijke plaat en ik mis onze oude Leuvense stoof toch wel een beetje.

Ivan Van Belleghem ***1/2

Label: Lil’ Beethoven Records

Nr.: LBRV4 – dubbel vinyl (Engelse versie) met een twaalf bladzijden tellend boek

Nr.: LBRV4X – Deluxe Limited Edition Boxset met de Engelse versie (dubbel vinyl en cd) en de Zweedse versie (dubbel vinyl)

Distr.: Bertus

Meer info: www.republicmedia.net

Website: www.allsparks.com 

KELLIE RUCKER: BLUES IS BLUES 

Hopelijk inspireert niet enkel Kellies achternaam onze lezers en haar vele nieuwe fans.

Al zal het in Oklahoma City geboren muzikaal talent eerder wakker liggen van de verkoopcijfers van haar albums, dan van deze gedachte. De familie Rucker verhuisde regelmatig, met tussenstops in Texas, Virginia en Florida Keys alvorens zich te vestigen in Mystic, Connecticut. Als jonge teenager ontsnapte ze uit het ouderlijk huis om Johnny Winter, James Cotton, James Montgomery en Roomful Of Blues live aan het werk te zien in de Mississippi Saxophone Bluesclub. Op haar zeventiende trok Kellie naar Denver, om er een eerste bluesband, Blues For Breakfast, op te richten. In 1985 belandde ze dan in Southern California en San Diego waar ze twee jaar lang zou toeren met Albert Collins gitarist Debbie Davis.

In navolging van haar broer, bespeelt Kellie sinds haar twaalfde de mondharmonica. Persoonlijk ken ik weinig vrouwelijk schoon dat zo met de harp overweg kan. Haar bevoegingen over dit instrument, samen met een powervol stemgeluid brachten Kellie zowel op het podium met Dizzy Gillespie, Stephen Stills, Albert Collins, James Cotton, Dan Hicks, Warren Zevon, Little Feat als met B.B. King. Ook staat Kellie bekend voor heel wat studio opnamen met de legendarische B.B. Chung King en The Screaming Buddaheads. Eveneens kan haar uitmuntend harpwerk worden bewonderd op albums van L.A. Guns, Corey Stevens, Mike Stovers Gentlemen Blues Club en in heel wat Amerikaanse tv-commercials en films.

Blues Is Blues is haar vierde album en is eigenlijk een halve compilatie release. Twee songs zijn afkomstig uit Aint Hit Bottom’, (Blues Is Blues, Nothin’ To Lose). Kellie serveert ons ook nog eens vier tracks uit het al even succesvolle Church Of Texas, (Mississippi Rain, Wild Wild West, Church Of Texas en het jazzy Love And War), met de nu al legendarische en Grammy genomineerde Jon Butcher op gitaar. De overige zeven tracks werden ingeblikt in de Cleveland Studios in Hollywood met de Soul Return Band uit Los Angeles, en met gitarist J.J. Holiday van de Imperials Crown, in de hoofdrol. J.J pent en produceert hier ook samen met Kellie alle nieuwe nummers. Toch zijn niet alle songs zuivere bluestracks, Kellie laat zich namelijk niet snel in een eenzijdig hoekje duwen en bewandelt wonderwel ook snel zijwegen met een snuifje Americana, een vleugje country, blues, soul, jazz, rock of rootsmuziek.

Met deze verscheidenheid aan stijlen onderscheid Kellie Rucker zich als een heel grote dame. Een kraker!

Philip Verhaege ****

Label: Blues Boulevard

Nr.: 250256

Distr.: www.music-avenue.net

Meer Info: www.myspace.com/kellierucker

Website: www.kellierucker.com

EAMONN McCORMACK: KINDRED SPIRITS

De man kon zijn cd geen betere naam geven.

Waarom, hoor ik je zeggen? Als je weet dat op deze cd enkele nummers prijken waarop de grote Herman Brood en Rory Gallagher hun deel leverden, denk ik toch dat dit genoeg zegt. Niet echt grote naambekendheid is een ding dat bij McCormack afwezig is alhoewel hij toch reeds op zijn zestiende de gitaarknepen onder de knie wist te krijgen. McCormack was al snel onder invloed van Taste (met Gallagher) en Focus (met Jan Akkerman) en natuurlijk Herman Brood’s Wild Romance (met onze eigen Danny Lademacher).

Omdat hij geen dagdagelijkse job bij een bedrijf zag zitten ging hij al snel de weg op en koos het pad richting USA. Maar dat verhaal was van korte duur, keerde terug naar Ierland en begon daar zelf te toeren onder de naam Samuel Eddy. Drie cd’s, veel club- en festivalwerk boden zich aan in de jaren negentig. Een festival zit nog steeds goed in het geheugen gegrift wanneer hij enkele jaren terug in aanwezigheid van Robert Plant voor een pakweg 485.000 muziekliefhebbers zijn ding mocht doen op het Park Pop festival in Nederland. En toch kennen wij xde man hier in Vlaanderen niet zo goed. En het hield niet op voor de brave borst want een Europese tournee, waar hij voor menig grote naam als supporting act op de affiche stond, zorgde nog voor meer indrukwekkende dingen op zijn palmares. Met de cd krijgen we een leuk overzicht van enkele van die jams uit zijn verleden. Letten we vooral op het nummer ‘Fasely Accused’ waarin wijlen Rory Gallagher voor knappe gitaarpartijen zorgt. Maar het zijn niet alleen overleden muziekhelden waarmee hij jamde, zo is er ook ‘Mystica’ waarop we dan weer dat andere gitaarwonder Jan Akkerman (Focus, Brianbox e.a.) kunnen bewonderen. Keith Donald, die we nog kennen van Moving Hearts (1982) en Terry & Gay Woods (1971), geeft dan weer een meerwaarde met zijn sax op ‘Stranger On The Run’. Op ‘The Grove’ kon Herman Brood, al dan niet onder invloed van zijn geestesverruimende snoepjes, zich dan weer uitleven. Deze cd kwam tot stand onder supervisie van Paul Thomas die in een ver verleden ook nog werkte met Paul Brady en Status Quo. Zijn muziek kunnen we uiteraard bestempelen als bluesrock, een gegeven dat niet graag over de lippen van een echte bluesliefhebber komt, maar hopelijk mogen we dit powertrio, met Gerald ‘Sully’ O’Sullivan (bas) en Henk Putter (drums), binnen enkele maanden op een van de Vlaamse podia bewonderen want niet iedereen krijgt de kans om met de groten der Aarde te spelen. Zeker geen slechte cd en zo krijg je ook nog wat anders binnen van die beroemde namen waarmee McCormack het podium deelde.

Alfons Maes ****

Label: True Talent Records

Nr.: TTR 009

Distr.: Parsifal

Meer info: www.parsifal.be

Website: www.eamonmccormack.net

 TONY BANKS: A CURIOUS FEELING

Tony Banks was als tiener betrokken bij het ontstaan van Genesis, als hij samen met schoolvriend Peter Gabriel besluit tot The Anon, de groep van gitaristentandem Michael Rutherford en Anthony Philips, toe te treden. Een demo komt in handen van producer Jonathan King, die de groep tot Genesis omdoopt, de rest is gewijde geschiedenis. In de eerste helft van de jaren zeventig domineert Genesis samen met formaties als Yes en King Crimson de progressieve rockstroming. Met de komst van drummer Phil Collins en Steve Hackett, die Philips vervangt, wordt de sound geperfectioneerd. Dat leidt tot klassiekers in het symfonische rockgenre met ‘Nursery Crime’, ‘Foxtrot’ en ‘Selling England By The Pound’. Na de fel bejubelde bombast van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ gaat het de verkeerde kant op. Peter Gabriel en Steve Hackett stappen even op en gaan solo. Commercieel loopt het voor het tot popgroep omgevormde trio beter dan ooit. In ’78 begint Phil Collins te twijfelen tussen Genesis en een solocarrière. Tony Banks grijpt deze rustperiode aan om eindelijk werk te maken van zijn eigen soloproject, eerder had hij al enkele songs geschreven maar die belanden uiteindelijk op Genesis’ ‘Trick Of The Tail’. Dat songwerk vormt de basis voor zijn eigen project. ‘A Curious Feeling’ opent met het statige ‘From The Undertow’. Ander instrumentaal werk zoals een niet van bombast gespeende ‘Forever morning’ herinnert sterk aan de droomwereld van Genesis evenals ‘The Waters Of The Lethe’, het beste nummer in dat genre. Banks bepotelt niet alleen uiterst vakkundig een arsenaal toetsenborden maar ook gitaar, bas en percussie, waarbij drummer Chester Thompson meer dan een handje toesteekt. De zangpartijen van Kim Beacon verlenen hier een absolute meerwaarde aan het geheel. Vooral in nummers als ‘Lucky Me’ en het door een fraaie combinatie van gitaar- en klavierwerk gedragen ‘For A While’. Sober werk dat hier een tegengewicht vormt tegen meer pompeuze structuren en het geheel toegankelijker maken. Ik ben niet echt vertrouwd met het latere solowerk van deze keyboardwizard maar het zou me sterk verbazen dat dit ‘A Curious Feeling’ overtreft.

Cis Van Looy ***1/2

Label: Esoteric Recordings

Nr.: ECLEC2160

Distr.: Cherry Red

Meer Info: www.cherryred.co.uk

Meer info: www.esotericrecordings.com 

LUPA LUNA: LE CIEL EST AU BOUT

Intrigerend folkplaatje.

Greet Garriau herinneren we ons als het meisje met de accordeon in Fluxus, waarin naast haar vader Paul en broer Koen ook haar levensgezel Sam Van Ingelgem resideerde. Fluxus bracht voornamelijk instrumentale folk waarin elementen uit de Angelsaksische, Gallische en Franse traditie werden verwerkt. Samen met de meisjes van Laïs en formaties als Ambrozijn vormde Fluxus de voorhoede van de Vlaamse folkrevival die de kop opstak in de tweede helft van de jaren negentig. Bij het trio Lupa Luna vinden we Van Ingelgem terug en multi-instrumentalist Geert Waegeman, bekend van Cro Magnon en talloze muzikale verbonden met artiesten zoals El Fish, Elvis Peeters, het Septet van Rudy Trouvé …, is eveneens van de partij. Van Ingelgem zorgt voor basakkoorden en percussie terwijl Waegeman een arsenaal snaarinstrumenten hanteert en voor de productie tekende. Ze zorgen bovendien voor afgewogen arrangementen in fraai instrumentaal werk waarbij de diatonische accordeon van Greet Garriau een prominente rol opeist, luister maar eens naar het speelse ’Fantango’ en het weemoedige ‘Ying Yang’. In enkele nummers hanteert vader Garriau de draailier en Koen van Roy ondersteunt ‘A Portrait’ met sfeervolle saxtonen. Maar ‘Le Ciel Est Au Bout’, opgedragen aan haar overleden grootouders, werd vooral het album van Greet die met sobere zangpartijen de gevoelige snaar weet te raken. Het dartele ‘Muzette’ en ‘Gaudi’ vormen een schril contrast met het melancholische ‘St. Sarah’. Het duurde even voor ik het doorhad dat ‘Avond’, in het vinyltijdperk ontelbare keren op mijn draaitafel passerend, wordt aangesneden. Zo afwijkend is deze intrigerende versie van het origineel van Lieven (Coppieters) dat op ‘Jus d’Orange’ prijkt. Het is overigens de enige cover die we hier bespeuren. Garriau zingt ‘A Portrait’ en ‘The Fly’, een bewerking van een gedicht van William Blake, in het Engels. Niet onverdienstelijk, maar persoonlijk voel ik me meer aangetrokken tot het Nederlandstalige werk dat samen met het ronduit schitterende instrumentaal werk en het grotendeels zonder woorden gezongen ‘Omi’ een bijzonder aangename introductie van Lupa Luna vormt.

Cis Van Looy ***1/2

Label: Appel Rekords

Distr.: www.amg-records.com

Meer info: www.tsmiske.be

Website: www.myspace.com/lupalunatrio 

RUSTY WRIGHT BAND: PLAYIN' WITH FIRE

Weer zo’n boven water gekomen pareltje.

Inderdaad, want ik, en vele andere blueskenners, hadden nog nooit van deze band gehoord. En dit is een heuse band: Rusty Wright beroert zijn gitaar als geen ander en daarom mogen we zeggen dat dit géén gitaarband is als zoveel andere in dit soort. Buiten Rusty krijgt hij de vocale hulp van zijn vrouw Laurie LaCross-Wright en speelt hierbij ook nog een serieus stukje gitaar. B3 Hammond, piano en nog een extra gitaar worden geleverd door Dave Brahce terwijl Pete Hasit te vellen bont en blauw slaagt. De baslijnen worden door Andy Barancik op ons los gelaten terwijl de koperblazersklanken afkomstig zijn van Eddie Lester die af en toe ook nog wat met percussie rommelt. Dus een mooie samenstelling van hoe een band er eigenlijk zou moeten uitzien.

Als ik even naar hun live performanties kijkt, zie ik meteen dat deze combinatie niet aan zijn proefstuk toe is. Want wie met o.a. Leslie West & Mountain, Janiva Magness, Etta James, Charlie Musselwhite en Lynyrd Skynyrd het podium mocht delen, daar hoef ik toch geen tekening voor te maken. Wat we krijgen is stevige blues, af en toe wat bluesrock maar ook zéér knappe ballades. Zet hier nog een componist bij met een heerlijke bluesstem en die instaat voor alle composities, dan heb je inderdaad zeer groot talent in huis.

Als opener koos Rusty voor het stevige ‘World Upside Down’ waarin we al stevige gitaarriffs te horen krijgen. Lekkere swingende blues ondersteund door machtige Hammondklanken. Rusty en Laurie wisselen hier de vocalen af. Met ‘Pretty Little Lies’ gaat het eventjes de richting uit van ‘Dust My Broom’ waarin de piano voor de solo mag zorgen. Let vooral hier op de samenzang. Eddie Lester doet er hier met zijn sax nog een schepje bovenop. Met ‘Lost Soul’ krijgen we een eerste rustpunt tussen al die swingende dingen maar hier krijgen we meteen een knappe gitaarsolo van Rusty en zo blijven we voortkabbelen op deze knappe song die ook enkele onverwachte wendingen kent. Een beetje Walter Trout-achtig stemtimbre vult deze song. ‘Messin’ Round’ is dan weer zo’n plaat waarvan je kunt zeggen dat ze veel te kort is. Laurie neemt de lead vocals voor haar rekening en die dame kan zingen hoor. Fantastisch knap nummer dat ik anderen nog niet hoor maken. Heren, promotors, een band die op jullie komende festival zou MOETEN geprogrammeerd worden !!!

Een andere slow krijgen we in de vorm van ‘Make A Liar Out Of Me’, wat me meteen deed terugdenken aan die andere ontdekking van me van enkele jaren terug, Brian Langlinais. ‘Last Days Of Whitey Malone’ doet me terugdenken aan de bands uit de jaren zestig/zeventig maar laat je niet verschalken door mijn uitleg, dit is muziek uit 2009. Stevig nummer met mooie dialogen waarin de gitaar eigenlijk een bijkomende rol speelt. Knappe tempowisselingen zorgen hier voor variatie en daar werden wat jazzy invloeden aan toegevoegd. De bas, sax en Hammond mogen hier hun registers opentrekken. Maar Rusty laat zich niet in de kou zetten en levert met zijn gitaar ook een extra waarde. Verder krijgen we nog ‘You Ain’t Thinkin’ Bout Me’ en voor het eerst wordt hier de wah-wah pedaal boven gehaald. Al swingend gaan we verder met ‘What A Ride’. Als laatste nummer krijgen we eindelijk de titeltrack, ‘Play With Fire’.

Hun muziek kan je eigenlijk het best omschrijven als The Allman Brothers meets The J. Geils Band. Dit album is een en al rock, swingende muziek, enfin muziek waar je niet van kunt blijven stil zitten.

Mocht ik nu al een ‘Album of the Month’ moeten aanduiden voor januari 2010, dan zou het zeker dit album zijn. Rusty Wright is geen 25 meer en heeft reeds bewezen dat hij een plaats aan de top verdient. Laat hem dan nu ook de eer krijgen die hem al zolang toekomt. Heren festivalpromoters, je bent gewaarschuwd.

The Rusty Wright Band is not to compare with any other highly respected and famous name in de blues world. They are more, much much more...

Alfons Maes *****

Label: Sadson Music

Nr.: 1092009

Distr.: Sadson Music

Meer info: http://Sadsonmusic.com

Website: www.rustywrightband.com

TED WULFERS: DRIVIN' BAREFOOT

Chicago is een muziekstad, laat daar geen twijfel over bestaan. De Mississippi Deltablues werd in de jaren vijftig in Chicago op het elektriciteitsnet aangesloten. Chicago wordt in recente tijden samen met Detroit aanzien als bakermat voor house en techno. Wat men veelal wel eens durft te vergeten is het feit dat er in Chicago ook uitstekende country of countryrock wordt geproduceerd en singer-songwriter Ted Wulfers is hiervan een exponent. Ted Wulfers lijkt mij een bezige bij te zijn want binnen het jaar bracht hij ‘Cheap Liquor’, ‘Drivin’ Barefoot’ en ‘What Would Santa Do?’ uit.

Laten wij het hier over ‘Drivin’ Barefoot’ hebben. Dit is namelijk een dubbele cd die de aanschaf meer dan waard is. Cd 1 opent ijzersterk met ‘Born On Coney Island’ waarop Chris Lawrence de pedalsteel gitaar bewerkt. De perfecte song om u bij zonsondergang na een hete zomerdag te begeleiden bij een autoritje op interstate 94. Je gaat automatisch de autoradio harder zetten en bij jezelf zeggen: ‘Now I really am in the United States’. Het niveau belandt nergens in een dipje. Ted Wulfers maakt van ‘Drivin’ Barefoot’ namelijk één langgerekt hoogtepunt. Songs zoals ‘Valentine’s Day’ en ‘Breakfast In Bed’ zijn van een bovenaardse schoonheid en dan zwijgen we over die dijk van een rockballad die ‘She’s So Lovely’ heet.

Ted Wulfers schiet een paar keer aardig uit zijn krammen met rockers zoals ‘Carl Rogers Blues’ en ‘Runaround Molly’. Nog zo’n knaller is het ‘Three Chord Ditty’, (zoals hij het zelf noemt) ‘She Bought Me A Drink’. In ‘Dust’ is het enkel Ted Wulfers en een piano, maar wat is dit een prachtsong! In de onvervalste blues ‘Pouring Out My Heart’ zingt Ted Wulfers met een falsetstem die mooi in het verlengde van het dobrospel ligt. Het nummer wordt daarenboven nog eens gekruid met een vette solo op slidegitaar. ‘Drivin’ Barefoot’ werd, behalve enkele ‘overdubs’, bij Ted thuis opgenomen en hij speelt hierbij op akoestische en elektrische gitaar, bas, lapsteel, Hammondorgel, piano, percussie en harmonica.

Wel, beste muziekliefhebber, je weet wat je te doen staat wanneer je ‘Drivin’ Barefoot’ van Ted Wulfers in de platenbakken aantreft of moet ik er nog een tekeningetje bijmaken…

Ivan Van Belleghem ****1/2

Label: Patchdog Records

Nr.: PD2869-0

Distr.: Patchdog Records

Meer info: www.myspace.com/tedwulfers

Website: www.tedwulfers.com

V.A.: ROLLIN' THE ROCK - TEXAS ROCKABILLY VOL 2

Met dit schijfje presenteert El Toro een tweede lading van boppende Billy uit de Lone Star State. Ditmaal gaat de aandacht uit naar artiesten die vaak na jarenlange stilte een opzienbarende rentree maakten in muziekland tijdens de jaren zeventig. De rockers die Carlos van El Toro hier bijeenbracht passeerden zonder uitzondering in de bescheiden homestudios van Ronny Weiser. Vanuit Californië gaf deze rock ’n roll fanaat eind jaren zeventig ook jonge groepen als The Blasters een kans op zijn label Rollin’ Rock Records, vandaar de titel van deze compilatie. We keren terug naar de jaren vijftig, blijven in Texas en lopen meteen enkele oude bekenden tegen het lijf die ook op ‘Real Cool Cats’ (zie recensie in deze rubriek) figureerden. Johnny Carroll klinkt indrukwekkend in ‘Trying To Get To You’, ‘Corrine, Corrine’, en enkele fragmenten uit de film ’Rock Baby Rock It’ waaronder een adaptatie van Ruth Brown’s ‘Wild Wild Young Men’. Mac Curtis kan men bezwaarlijk negeren met enkele dynamische nummers zoals ‘Goosebumps’ en ‘That Ain’t Nothin’ But Right’, helemaal in de stijl van die jongeman uit Memphis, het grote voorbeeld. De onnavolgbare Sid King kennen we eveneens van het eerste deel van de Texas Rockabilly collectie en hij bevestigd zijn intrinsieke klasse in tracks als ‘Let ‘Er Roll’ en ‘Good Rockin’ Baby’. Het is bijzonder aangenaam om kennis te maken met de minder bekende Alvis Wayne in ‘Sleep Rock-A-Roll Baby’ en ander werk dat hij voor Westport Records opnam in ’56. De bekendste naam is ongetwijfeld Ray Campi, ”Play It Cool” zingt deze muzikant met Italiaanse roots en hij doet dat met de hulp van The Snappers in hinkelende fingersnappin’ songs als ‘It Ain’t Me’ en ‘The Crossing’ waarvan we een demo voorgeschoteld krijgen. Het van Chuck Berry afkomstige ‘You Can’t Catch Me’ steunt eveneens op die karakteristieke slapstickbas structuren. Andermaal een puike collectie dansvoer die als een tornado voorbijraast en waarbij je slechts sporadisch op adem kunt komen bij enkele tearjerkers. Een meer dan waardige opvolger voor het eerste luik en ruim vijftig jaar na datum nog een ideale soundtrack voor een wilde party.

Cis Van Looy ****

Label El Toro Records

Nr.: ETCD 01024

Distr.: El Toro Records

Meer info: www.eltororecords.com

STEVIE COCHRAN: LIVE IN MONTREUX

New York City blijft zowaar de thuisbasis van de bluesrock. Stevie was slechts acht jaar, toen hij in 1966 begon met gitaar te spelen. Geboren en getogen in een muzikale familie, behoorde zijn eerste kennismaking tot de jazz wereld. Maar al even snel bezweek hij voor The Beatles en de Britse invasie van Bluesrock. In 1968 luisterde Cochran onafgebroken naar Jimi Hendrix en Eric Slow Hand Clapton. Niet veel later liet hij het schoolgebeuren voor wat het was (samen met gitaarmaatje Brian Setzer, ja, die van The Stray Cats, die de States inruilde voor Engeland, en in 1981 terugkeerde als een heuse vedette) om zich volledig toe te spitsen op zijn muzikale carrière. Geïnspireerd door de gruwelijke moord op John Lennon, pende Stevie zijn allereerste nummer, Why Do They Kill. Hij speelt het nog steeds live en brengt ons hier een schitterende versie op dit festival. Voor de vijfde keer was Stevie te gast op het wereldvermaarde Zwitserse Montreux Jazz Festival en de elf zelfgepende tracks, met slechts een cover, dateren uit concertreeks van 5 en 6 juli uit 2003. Met zijn zwaar stembereik, dat vooral passend is bij zijn heavy gitaarwerk, bewijst Cochran een doorwinterde muzikant te zijn. Naast Stevie op gitaar en vocals soleren op deze live registratie ook Alan Katz op basgitaar, Dan Kean met zijn keyboards en hanteert Matt Miller er de drumsticks. Het optreden opent sterk met een lekkere shuffle op Ive Got A Reason. Ingetogen en stevig ondersteund door Kean op toetsen brengt hij zijn fans in extase. Vooral het jazzy klinkend Headed For Trouble, het rustigere Maby Its You en Sometimes zijn heerlijke pareltjes. Bij Led Zeppelin leende hij No Quarter om af te sluiten met In One Ear - Out The Other.Stevie Cochran bewijst hier nogmaals zijn 6-strings meer dan meester te zijn. Jammer van de tussenpauzes tussen de nummers en het applaus, zo missen wij heel wat bindteksten van deze blues kolos van om en bij de 400 pounds (180 kg.), en de bijhorende interacties uit het publiek.

Live In Montreux is een schitterende liveregistratie, die bij ieder zelfrespecterende bluesrocker een plaatsje verdiend in zijn collectie.

Philip Verhaege ****

Label: Blues Boulevard Records

Nr.: 250250

Distr.: www.blues-boulevard.com

Meer Info: www.myspace.com/steviecochran

Website: www.steviecochran.com

 

TED WULFERS: CHEAP LIQUOR

Eigenlijk dateert Cheap Liquor reeds uit 2005, maar wij zijn alvast dolblij dat deze release opnieuw van onder het stof wordt gehaald. Ted Wulfers is een singer-songwriter, multi-instrumentalist, producent en vocalist van de Ted Wulfers Band, die vanuit Chicago opereert. Ted was pas drie toen hij piano speelde en op zijn dertiende leerde hij zichzelf de gitaar te hanteren. Ted deelde ooit het podium met The Doobie Brothers, Chicago, Camper van Beethoven, Elmore James Jr., de betreurde Chico Banks, The Freddy Jones Band… om er maar enkele te noemen. Na Upstream (1997), In The Spirit (1999) en Agave Blue uit 2002 is Cheap Liquor de eerste release op het onafhankelijk label Patchdog Records. Als een volwaardige rootsy-rocker, produceert hij hier geweldige Americana en rock-n-roll. Voor de 25-jarige artiest zijn de acht tracks een ode aan zijn favoriete vervlogen tijdverdrijf, nl. vrouwen, drinkenen gelukkig voor ons, muziek maken. Naast Wulfers met de vocals, 6 & 12 snaren gitaren, akoestische gitaar, bas, Hammond B-3 orgel, harmonica, percussie en backing vocals wordt hij stevig ondersteunt door Jeff Kelly (drums), Matt Ciccone (toetsen), Paul Allen (bas), Aaron Weistrop (elektrische gitaar), Mike Racky (pedal steel) en de New York rockster L.P., die haar ruige stem leende in een uitbundig duet op I Got Home Late. Als een wervelwind raast Ted en kompanen door het album. Met een vettige gitaarrif en stomende beats zijn LilWilma en She Brought Me A Drink een deel gaan uitmaken van de sound van onze eigen jeugd. Een geweldige pianorocker en een alleszeggende tekst is een onderdeel in She Takes Off The Ring. We worden er zowaar wild van. Schitterend!

Fishnet Woman(The Wisconsin Song) is een live registratie uit de Kingston Mines. Wat hadden wij er graag bij geweest. Voor deze roekeloze troubadour en ster in wording is het misschien Cheap Liquor, maar voor ons is het alleszins geen goedkope whiskey. Straf spul !

Philip Verhaege ****

Label: Patchdog Records

Nr.: PD2569-01

Distr.: www.cdbaby.com/tedwulfers

Meer Info: www.myspace.com/tedwulfers

Website: www.tedwulfers.com

TED WULFERS: WHAT WOULD SANTA DO?

Het eerste album met het release jaar 2010, is eindelijk in onze bus beland. En toeval of niet, het is een kerstalbum van Ted Wulfers en band. Ted is een singer-songwriter die vanuit Chicago, zich tracht een weg te banen door het muzikale landschap. Met vier cds op zijn actief en een decennia on the road serveert Ted nu niet eens een klassiek kerstmisalbum. Eindelijk eens geen typische vakantie cd, Wulfers steekt zijn nieuweling vol verrassende, vrolijke en origineel aanstekelijke songs. Ted Wulfers heeft zich hier weten te omringen door een hele meute topmuzikanten, waarvan wij U toch enkele namen willen meegeven. Taras Prodaniuk, (bas (Lucinda Williams, Richard Thompson, Dwight Yoakam)), Dave Raren, (drums (Keith Richards)), Carl Byron, (piano en accordeon (Michelle Shocked, Warren Zevon)), en vele anderen. In dit album schuilt dan ook een verscheidenheid aan muziekstijlen. Met een zeker innerlijke rock-n-roll waarde, zoals op de titeltrack, geeft Ted en band kleur aan onze kerstboom. Mistletoes is een Americana song, The Dirty Bop Hop heeft een jazzy ondertoon, San Luis Obispo is een zuiver Tex-Mex nummer, en met The Hanukkah Blues gaat hij de heavy blues toer op. Wat ontbrak er nu nog? Juist, ja, een countrysong, wel Ukelele Xmas is er zo een, die verheerlijkt wordt door een pedalsteel gitaar en heeft een complete ukelele sound. Het album sluit af zoals het was begonnen, met een geweldige rocker Xmas In A Bar, met zon nummer wil ik wel uren aan de bar doorbrengen. Wie op zoek is naar een leuk alternatief voor de jaarlijks wederkerende en vervelende Merry Christmas songs, zal in What Would Santa Do? een waardig alternatief vinden.

Philip Verhaege ****

Label: Patchdog Records

Nr.:PD3122425

Distr.: www.cdbaby.com/tedwulfers

Meer Info: www.myspace.com/tedwulfers

Website: www.tedwulfers.com

EAMON McGRATH: 13 SONGS OF WHISKEY AND LIGHT

Ze bestaan nog, jonge adolescenten die zich in hun vrije tij onledig houden met wat op de gitaartjes te rammen en aan iets wat op een song lijkt knutselen met de sixpacks in handbereik. Luiheid kan je deze jongeman uit Canada bezwaarlijk aanwrijven. In Edmonton speelt deze rusteloze muzikant met The Wild Dogs en The Whiskey Dogs het podium maar hij plugt evengoed zijn gitaar in de versterkers van een wildvreemde band die hij even voordien ontmoette in een of andere stad. Nauwelijks twintig en tussen 2006 en al ruim achttien cd’s in zijn dooie eentje ingeblikt, uiteraard in eigen beheer. Op zijn eerste reguliere werkstuk worden dertien van die homemade tracks uit een verzameling van ruim honderd bijeengebracht. Niet alles klinkt sterk maar de onbevangenheid waarmee deze jonge muzikant invloeden uit de blues, folk en punkrock in zijn eigen muzikaal universum verwerkt is bijzonder merkwaardig. Agressieve noiserock van ‘File Under Fire’ en nerveus drammerige punk met gierende gitaren in ‘Land of Dog’s’ worden afgewisseld met meer ingetogen passages. Het akoestische ‘Caves’ met harmonica en de rauwe voordracht maakt minstens evenveel indruk. De hallucinante verhalen die Eamon met rudimentaire begeleiding van piano in ‘Welcome To The Heart’ en ‘Darby Crash And Burn’ neerzet, ademen een ongehoorde maturiteit uit voor zo’n jonge kerel. Overigens zijn het vooral die pianosongs die echt beklijven, de afsluiter het sombere ‘Ecstasy Railings’ is daarvan een treffende illustratie. Wat de toekomst brengt voor Eamon McGrath kunnen we niet voorspellen, het zou me ten zeerste verwonderen dat met ’13 Songs Of Whiskey And Light’ het hele verhaal al verteld is.

Cis Van Looy ***1/2

Label: White Whale Records

Nr.: WW015

Distr.: Sonic RendezVous

Meer info: www.whitewhalerecords.ca

Website: www.myspace.com/eamonmcgrath 

'IGGINBOTTOM: IGGINBOTTOM WRENCH 

De uit Bradford, Yorkshire afkomstige gitarist Allan Holdsworth is een gereputeerde muzikant in de jazzrockwereld. Oorspronkelijk probeerde hij na een muzikale opleiding van zijn vader, een geschoold pianist, de saxofoon uit. Op zijn zeventiende schakelde hij over naar viool en gitaar, verhuisde later naar Londen waar hij bij saxofonist Ray Warleigh werd opgevangen. In de eerste helft van de jaren zeventig resideerde hij in het door John Hiseman (Colosseum ) opgerichte progressieve jazzrockkwartet Tempest en belandde even bij Soft Machine om vervolgens met de Amerikaanse percussionist Tony Williams in avant-gardistische fusiejazz te experimenten te verzeilen. Voor hij het solopad koos eind jaren zeventig, was Holdsworth actief bij Gong en als gastmuzikant betrokken bij projecten van Jean Luc Ponty en Jack Bruce. Ondertussen zijn er onder zijn eigen naam een respectabel aantal werkstukken verschenen. Met ’Igginbottom Wrench’ gaan we veertig jaar terug in de tijd. Holdsworth was 21 en samen met enkele leeftijdsgenoten uit Bradford zoals drummer Dave Freeman en bassist Mike Skelly zette hij ‘Igginbottom op poten. De gitaarpartijen en zang deelde hij met Steven Robinson. De getalenteerde jongelingen bleven nauwelijks drie maanden samen maar dat was voldoende om hun muzikale aspiraties te vereeuwigen op een langspeler die in ’69 door het Deramlabel werd uitgebracht. Niet meteen de meest toegankelijke muziek. De twee gitaristen, die sterk beïnvloed zijn door John Coltrane, nemen het voortouw in een eigenzinnige sessie met onverwachte tempowisselingen en bevreemdende ietwat dromerige vocale interventies van Holdsworth. Een instrumentale uitvoering van ‘California Dreamin’’, de flowerpowerhit van The Mamas & The Papas, wordt moeiteloos geïntegreerd in de meer popgerichte spinsels van de eerste plaatkant. Composities als ‘Not So Sweet Dreams’ en ‘Blind Girl’ zijn ambitieuzer van opzet en het knap opgebouwde epos ‘The Donkey‘ is ongetwijfeld een van de meest geslaagde fusies van jazz en pop uit de jaren zestig. Liefhebbers van dat experimentele genre blijven niet teleurgesteld achter met dit muzikale tijdsdocument.

Cis Van Looy ***1/2

Label: Esoteric Recordings

Nr.: ECLEC 2164

Distr.: Cherry Red

Meer info: www.cherryred.co.uk

Meer info: www.esotericrecordings.com 

 V.A.: REAL COOL CATS - TEXAS ROCKABILLY 1955

Het duurt altijd een tijdje eer de gevestigde platenfirma’s het doorhebben als een nieuwe muzikale stroming komt aanzetten. Dat lot was ook de prille rockabilly in de helft van de jaren vijftig beschoren. Sam Philips, de baas van Sun, had een ‘toevalstreffer’ met Elvis Presley. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Memphis en bij uitbreiding de staat Tennessee als de bakermat van de rockabilly beschouwd worden. Dat klopt slechts gedeeltelijk, het fenomeen van de zogenaamde ‘cat music’ vond ook een bijzonder vruchtbare voedingsbodem in Oostelijk Texas waar plaatselijke platen firma’s als TNT, Starday en Lin Records onderdak boden aan pioniers als Sonny Fisher, Bob Luman en Jimmy Lee Faultheree.Het zijn aanvankelijk uitzonderingen die het risico nemen zich in dit destijds controversiële nieuwe genre te engageren Na de vroegste successen springen majors als Columbia en Capitol uiteraard op de trein. Voor deze compilatie, die uit 2006 dateert, beperkte El Toro, wie anders, zich tot 1955, toevallig het geboortejaar van ondergetekende. Het Spaanse label graait uitgebreid in de archieven. De score wordt geopend met ‘I Can’t Lose’ uitgevoerd door Sonny Fisher, die met een snarenplukker als Joey Long in zijn Rocking Boys geenszins moet onderdoen voor Elvis en zijn Sun–kompanen. De Texaan uit Chandler, Texas vormt samen met de flamboyante rocker Johnny Carroll en de krachtige shouter Bob Luman de ruggengraat van deze collectie. Het trio is met telkens een handvol nummers het sterkst vertegenwoordigd. Maar er prijkt nog meer obscuur en uiterst merkwaardig materiaal op deze langspeler. Jimmy Heap & The Melody Masters stammen uit de westernswing maar trekken zich bijzonder aardig uit de slag als hikkende billycats. Hetzelfde geldt voor multi-instrumentalist Link Davis die scoort met het door viool en pedalsteel aangedreven ‘Grashopper’. Verder nog namen als Frank Starr, die samen met zijn Rock A Way Boys ‘Dig Them Squaky Shoes’ neerpoot. Wellicht de meest obscure artiest die hier passeert is countryman Charlie Brown, naast de primitieve stomper ‘Don’t Put The Blame On Me’ brengt hij ondersteund door His Cisco Kids, ‘Have You Heard The Gossip’, een niet onaardige doorslag van ‘Good Rocking Tonight’. Ook muziekliefhebbers die minder vertrouwd zijn met het genre vinden ongetwijfeld aanknopingpunten met ‘Hearts Of Stone’, decennia later gecoverd door John Fogerty en Hank Ballards ‘Sexy Ways’ in sterk interpretaties van Johnny Carroll. Het dozijn ‘real cool cats’ dat hier in vijfendertig tracks passeert biedt in het afgebakende genre toch de nodige variatie en zorgt voor een zo’n zevenzeventig minuten rock en vooral veel lol.

Cis Van Looy ****

Label: El Toro Records

Nr.: ETCD 1010

Distr.: El Toro Records

Meer info: www.eltororecords.com 

 V.A.: SOUL OF THE HOLIDAYS

Artiesten zetten hun talent en tijd in om tegen de honger in Washington D.C. te vechten.Het Amerikaanse radiostation WHUR-FM 96.3 zendt uit vanaf de Howard University in Washington. Ze hebben in 2007 een non-profit organisatie opgezet, die Food2Feed heet, en die zowel gelden en niet bederfbaar voedsel verzamelt als ze distribueert aan de nood & hongerlijdende families uit de regio Washington D.C., en dit tijdens de Thanksgiving feestdag. Tegelijk probeert het project ook de aandacht erop te vestigen om mensen in nood te helpen. Het wordt immers geschat dat één op negen families in D.C. honger lijden. Ieder jaar doet Food2Feed dit opnieuw en dit jaar kwam WHUR met een speciaal product op de proppen.

WHUR 96.3 is dan ook zeer fier om de ‘Soul of the Holidays’ muziekspecial voor te stellen, die direct op cd/dvd te koop aangeboden wordt. De muziek hierop is recht in mijn straatje, want de Kerstklassiekers worden gebracht door soul en smooth jazzartiesten zoals Spur of the Moment, Angie Stone, Joe, Phil Perry, Maysa, Brian Culbertson, Plunky, Vanessa Renee Williams, Tony Rich en Mike Phillips.

De special werd live opgenomen in het Bowie Center for the Performing Arts. De opbrengst ervan gaat dan ook integraal naar Food2Feed. Hij vangt aan met Maysa (bekend van Incognito) en Brian Culbertson’s versie van ‘God Rest Ye Merry Gentleman (Comfort and Joy)’, waarop smooth jazzzangeres Maysa uiteraard de vocalen verzorgt en Brian Culbertson de keyboards. Dat is meteen voor mij het beste nummer dat erop staat. Daarna krijgen we de groep Spur of the Moment, die eigenlijk iedere artiest ondersteunt. Zij zorgen voor een funky, instrumentale smooth jazzversie van ‘Angels We Have Heard On High’. Smooth jazzzanger Phil Perry komt dan aan de beurt met de cover van ‘I’ll Be Home for Christmas’, gevolgd door R&B zangeres Angie Stone met ‘The First Noel’. Dan is het tijd voor de R&B zanger Joe, die een ingetogen versie van ‘Have Yourself A Merry Little Christmas’ neerzet. R&B zangeres Vanessa Renee Williams vervolgt met haar versie van ‘Oh Holy Night’, gevolgd door de ‘Little Drummer Boy’ van R&B zanger Tony Rich. Donny Hathaway’s klassieker ‘This Christmas’ wordt daarna gecoverd door R&B zangeres Angie Stone met Mike Phillips op sax. Saxmannen Plunky, Mike Phillips en de saxofonist van Spur of the Moment vatten samen een coverversie aan van ‘Silent Night’, waarna smooth jazzzanger Phil Perry afsluit met ‘Away In A Manger’.

Op de dvd staan tussen de verschillende songs, de getuigenissen van de artiesten zelf, over hun speciale kerstervaringen. Als bonus krijg je nog “behind the scenes” met Angie Stone op het podium, een fotogalerij, en de trailer voor Food2Feed.

De muzikale arrangementen en de productie werd verzorgd door Chris “Big Dog” Davis en Wayne Bruce. Davis produceerde al artiesten zoals Najee, Phil Perry, Maysa en Will Downing. Bruce is lid van Spur of the Moment.

Een soulvolle cd/dvd waarvan u nog jaren zal kunnen genieten tijdens de kerstperiode!

Patrick Van de Wiele ****

Label: Howard University Records

Nr.: HUR-01228

Distr.: www.cdbaby.com

Meer info: www.cdbaby.com/cd/sotmava

Website: www.souloftheholidays.com

Meer info: www.whur.com

Meer info: www.food2feed.org.

 

 STATE RADIO: LET IT GO

Rebelse en revolutionaire teksten zijn de rode draad doorheen de songs van State Radio. De wereld wordt hier binnenstebuiten gedraaid in slechts drie akkoorden. De passie van het sociale bewustzijn van de bandleden, inspireren de heren voor de elf tracks op ‘Let It Go’. Het trio bestaat uit Chadwick Stokes op gitaar en vocals, Chuck Fay met de baslijnen en Mike Najarian achter het drumstel. Met hun derde album trekken zij alvast de lijn door van rock, ska en reggae. Elf zelfgepende tracks zijn het deel van deze jonge meute, die zich hier makkelijk laten begeleiden door een hele rits gastmuzikanten en instrumenten. Deze alternatieve formatie slaagt er perfect in om verschillende muziekstijlen in elkaar te laten overvloeien. Het zwaar beïnvloed ska geluid zoals op ‘Doctor Ron The Actor’ is in de geest van The Clash, het reggae-achtige ‘Calling All Crows’ en het rock begeesterde ‘Mansin Humanity’, over de Armeense genocide oorlog, of ‘Held Up by the Wires’ zijn werkelijk pareltjes. De titeltrack klinkt zwaar en is zowaar een uitzondering in het geheel. ‘Knights Of Bostonia’ is hun eigen interpretatie van het volkslied over hun thuisbasis.

Met een geweldige mix van ska, reggae, punk, rock en een alternatieve sound, vermaken deze heren ons kostelijk.

Philip Verhaege ***

Label: Ruff Shod Records

Nr.: 5 037703 085121

Distr.: www.cdbaby.com/stateradio

Meer Info: www.myspace.com/stateradio

Website: www.stateradio.com

 DELTA MOON: YOU'LL NEVER GO TO HEAVEN ON A HELLBOUND TRAIN

Stomende slide & lapsteel gitaren, net als de kolossale stoomtrein die op deze uiterst verzorgde digipak prijkt.

De dubbele slide gitaren van Delta Moon, brengen de luisteraar naar het hart van het diepe Zuiden in de States. Voor de Amerikaanse Roots Music Association won Tom Gray (vocals, lapsteel gitaar en keyboards) in 2008 de Award voor beste Blues Songwriter van het Jaar. Tom, die geboren werd in Washington DC, maar opgroeide in Virginia en Georgia, had ook een boerderij in het hooggebergte van North-Carolina. Toevallig ontmoette hij zijn kompaan Mark Johnson (gitaar en zessnaren banjo) in diens ooms platenzaak in Atlanta. Zo vormden ze het duo, Delta Moon. De bandnaam werd door Mark in het leven geroepen, na een pelgrimstocht naar de hut van Muddy Waters, in de buurt van Clarksdale, Mississippi. Pas toen ze het duo, bassist Franher Joseph en Darren Stanley op drums aan de band toevoegden, speelde ze op heel wat festivals rond Atlanta en in het Zuiden. Al snel verzamelden ze heel wat lokale prijzen, maar pas na het winnen van de International Blues Challenge in Memphis in 2003, werd uitgebreid getoerd door Canada en Europa.

Na het succesvolle Clear Blue Flame is dit alweer hun zesde release. Met zijn rauw, doorrookt stemgeluid verrast Mark ons eerder in positieve zin. Van de elf tracks werd enkel You Got To Move bij Fred McDowell geleend. Slide- en lapsteel gitaar is opnieuw de ruggengraat en de rode draad doorheen het ganse album.

De titeltrack is meteen ook de opener, doorspekt met al de voorvermelde ingrediënten, wordt als het ware een Delta Blues rebelse sound gecreëerd. Enkel Ghost In My Guitar heeft een wat banale tekst, maar muzikaal wordt dit omgetoverd tot moerassig en sompig goud. Plantation Song brengt ons terug naar de wortels van de traditionele akoestische Delta Blues. Heerlijk!

Hellbound Train is een perfect voorbeeld hoe de hedendaagse zuiderse Blues & Roots muziek moet klinken. In mei en begin juni 2010 toert dit gezelschap door Duitsland en Zwitserland, benieuwd wie ze in ons Belgenland zal durven te programmeren.

Philip Verhaege ****

Label: Blues Boulevard

Nr.: 250255

Distr.: www.music-avenue.net

Meer Info: www.myspace.com/deltamoon

Website: www.deltamoon.com

DAN KRIKORIAN: COLORS AND CHORDS 

Dan Krikorian is een singer-songwriter die uit Orange County, Californië komt. Hij was een graag geziene gast op menige college campus, waar voor het eerst tot uiting kwam dat er toch wel enig muzikaal talent in hem schuil ging. Dit had tot gevolg dat hij enkele tv-optredens kon versieren bij KDOC en CMTV. Vorig jaar kwam zijn debuutcd uit met als titel ‘Oxford Street’ en nu kan hij aan zijn fans reeds een opvolger voorstellen die ‘Colors and Chords’ heet en in eigen beheer werd uitgebracht.

Laat ik u meteen zeggen dat ik met veel plezier naar deze plaat heb geluisterd. Er gebeurt misschien wel niets wereldschokkends, maar er valt evenmin een zwak moment te noteren. Wanneer je even zijn website bezoekt zal het je opvallen dat de begeleidingsband in alle onderdelen verschilt van de band zoals die wordt vermeld op de cd en men zou haast gaan denken dat hij grote kuis in zijn achterban heeft gehouden.

De zang en begeleiding zijn tot in de puntjes verzorgd. De half akoestische arrangementen zijn ondergeschikt aan de songs op zich, maar worden daarom zeker niet weggedrukt. Het is bij momenten een lust voor het oor. Daarenboven is Dan dan (oei, tweemaal dan) ook nog eens een bekwame songsmid.

De opener ‘Back To The Door’, ‘Words’ en ‘Silence’, met een heel mooie break in het midden van de song, kunnen mijn algehele waardering wegdragen.

We zouden Dan Krikorian heel, maar dan ook héél gerust, de Amerikaanse Jasper Erkens kunnen noemen. Deze vergelijking gaat voor praktisch ieder nummer op maar in het bijzonder voor ‘Grey’ en ‘Tangerine Eyes’. Ik stel dan ook voor dat Jasper Erkens en Dan Krikorian eens naar elkaars platen luisteren en ons zeggen wat zij er van vinden. De afsluiter ‘Something Good’ laat de luisteraar toe de cd met een lekker gevoel uit de speler nemen.

Maar feitelijk was het niet aan mij om deze cd te bespreken, Jasper Erkens had die taak op zich moeten nemen.

Ivan Van Belleghem ***1/2

Label: Eigen Beheer

Nr.: Zonder Nummer

Distr.: www.cdbaby.com

Meer info: www.myspace.com/dankrikorianmusic

Website: www.dankrikorian.com

 

GENE WATSON: A TASTE OF THE TRUTH

Sublieme oldschool country.

Gene Watson nog zo’n ouderwetse country gentleman zweert bij de traditie en degelijkheid. Zesenzestig is de Texaan ondertussen en hoewel hij in zijn ganse carrière nagenoeg geen enkele song componeerde die op één van zijn zevenentwintig langspelers geraakte, weet hij met zijn frasering toch unieke versies neer te zetten van klassiekers uit het grote countryboek In de jaren zeventig zette hij samen met illustere voorgangers zoals George Jones en Merle Haggard de krijtlijnen uit in countryland en verdween in eind jaren tachtig geruisloos van het toneel. De laatste twee decennia gebruikte Watson zijn stem voornamelijk in dienst van De Heer op enkele gospelplaten. Dank zij het Hux-label werd zijn beste werk uit de begindagen weerom volop beschikbaar en twee jaar geleden vond hij terug aansluiting bij die betere periode met een eerste langspeler voor Shanachie. ‘In A Perfect World’ zette Watson terug op het juiste spoor met een zorgvuldig geselecteerde collectie songmateriaal uit Nashville en de gewaardeerde vocale hulp van Vince Gill, Lee Ann Womack en Rhonda Vincent. Op de opvolger is Rhonda Vincent er terug bij, zij het in een meer prominente rol. ’Staying Together’ is een smartelijk duet. “I drop a quarter in the jukebox and for a while you’re still mine” prevelt Watson hoopvol in ‘Three Minutes At A Time’, we zien dat tafereel zo voor ons als we de ogen even sluiten op de tonen  van dit harverscheurende epos. Evenals het ritmische ‘Wrong Way To Find Mr. Right’, dat op de prachtige fiddle van Aubrey Haynie voorbijwalst, gecomponeerd door Tim Mensy die ook op de voorganger songmateriaal aanleverde. Diezelfde fiddle vervult samen met steel- en andere gitaren een prominente rol in ‘We’ve Got A Pulse’. Watson’s unieke stem wordt geflankeerd door de zware bariton van Trace Adkins en we  dansen spontaan de horlepijp op de krakende plankenvloer. Het zijn bovenal de dansvloerslijpers die het verschil maken. Treurnis alom in het meeslepende ‘Still They Call Me Love’ en we worden helemaal week als de grijsaard zich dicht tegen de engelachtige Alison Krauss aanschurkt in het wrange ‘Use Me Again’. Schitterende traditionele countryplaat van een grote mijnheer.

Cis Van Looy ****1/2

Label: Shanachie

Nr.: 6207

Distr.: Munich Records

Meer info: www.shanachie.com

Website: www.genewatson.com 

JAMIE CULLUM: THE PURSUIT

Studio cd en live dvd in één box.

Afgelopen maand juli zag ik de Britse entertainer Jamie Cullum nog live aan het werk op Gent Jazz 2009, en was getuige van een energieke, grappige show met een hoog entertainmentgehalte. Eigenlijk wist ik dat al, want ik bezit een live dvd van hem van jaren geleden. In Gent kondigde hij al zijn nieuwe cd aan, en nu is die uit, maar ik ontving de cd en dvd combinatie, die verpakt zit in een kartonnen doos, met bijbehorend luxueus uitgegeven boek.

Jamie heeft nog maar twee cd’s uitgebracht, ‘Twentysomething’ (2003) en ‘Catching Tales’ (2005), dus we hebben vier jaar moeten wachten op nieuw werk. Ondertussen weet iedereen wel dat Jamie in de eerste plaats een jazzcat is, die echter oor heeft voor een moderne, poppy aanpak. Op de cd vangt hij aan met ‘Just One Of Those Nights’ van Cole Porter in een big band swingstijl, overigens neergezet door het Count Basie Orchestra. ‘I’m All Over It’ volgt, wat hij in Gent nog opdroeg aan gedumpt worden. ‘Wheels’ is een eenvoudig nummer, dat toch bijblijft. Daarna past hij ‘If I Ruled The World’ aan, dat vroeger door Harry Secombe en Tony Bennett gebracht werd. Het is een ingetogen lied, waarna het Latinachtige ‘You And Me Are Gone’, volgens hem de ultieme break-upsong, weerklinkt. Het heeft een pakkend ritme, nog geaccentueerd door handgeklap en frisse uithalen op Jamie’s piano. Rihanna’sDon’t Stop The Music’ brengt hij iets trager dan het origineel, waarbij hij af en toe Michael Jacksonachtige kreuntjes uit. ‘Love Ain’t Gonna Let You Down’ is een ballade, gevolgd door ‘Mixtape’. Op ‘I Think, I Love’ bezingt hij zijn onzekere liefde solo aan zijn piano. ‘We Run Things’ is een typische poppy jazzsong, gevolgd door de ballade ‘Not While I’m Around’ uit ‘Sweeney Todd’. Het sterk ritmische ‘Music Is Through’ sluit af, waarna we nog twee bonustracks krijgen. ‘Gran Torino’ componeerde Jamie samen met o.a. Clint Eastwood, voor diens gelijknamige film. Deze ballade is niet zijn eerste samenwerking met Clint, daarvan getuigt ‘Grace Is Gone’ uit de gelijknamige film.

De dvd bestaat hoofdzakelijk uit live opnamen. Zo kan u ‘Photograph’, ‘Get Your Way’, ‘Don’t Stop The Music’, ‘So They Say’ en ‘London Skies’ zien, allemaal opgenomen op 12/7 van dit jaar op het North Sea Jazz Festival in Rotterdam. Daarnaast zijn ‘What A Difference A Day Made’, ‘Just One Of Those Things’, ‘Twentysomething’, ‘You Don’t Know What Love Is’, ‘Caravan’ en ‘All At Sea’ geregistreerd op Montreux Jazz Festival dit jaar. Voeg daarbij nog twee live gebrachte ‘Electronica Tracks’ tijdens het Sonar Festival, en de live set is compleet. Deze Kraftwerkachtige, geïmproviseerde tracks duren elk zo’n kwartier. Niet iets wat we van Jamie gewoon zijn!

Vervolgens gaan we een kijkje nemen achter de schermen toen Jamie ging opnemen met het Count Basie Orchestra in New Jersey. Een interview met producer Greg Wells staat er ook op. Tot slot geeft Jamie audiocommentaar bij elke track op het album, tijdens dewelke je beelden in slow motion te zien krijgt van een exploderende piano.

‘The Pursuit’ is een ambitieus album geworden, waarin we toch de vertrouwde Jamie terugvinden. Hedendaagse pop met eerbied voor de jazz.

Patrick Van de Wiele ***1/2

Label: Decca Records

Nr.: 2713303

Distr.: Universal Music

Meer info: www.universalmusic.be

Website: www.jamiecullum.com

 

JD SOUTHER: RAIN - LIVE 

Livewerk van JD Souther

Op de valreep van 2008 werden we bijzonder aangenaam verrast met nieuw werk van JD Souther. Souther is uit Detroit afkomstig maar groeide op in het Texaanse Amarillo. Sinds de late jaren zestig resideert hij in Californië waar hij als muzikant en songwriter een niet te onderschatten rol speelde achter artiesten als Jackson Browne, Linda Ronstadt en James Taylor. JD was eveneens nauw betrokken bij de hoge vlucht van The Eagles die hij in samenwerking met Glenn Frey, Don Henley en Browne enkele sleutelsongs schonk. Zijn eigen discografie is eerder beperkt. Vooral in de jaren zeventig bracht hij onder eigen naam enkele voortreffelijke langspelers uit en scoorde zelfs een bescheiden hit met ‘You’re Only Lonely’. In ’84 was er nog een laatste werkstuk ‘Home By Dawn’. Het zou tot eind vorig jaar duren voor we iets hoorden van de naar Nashville verkaste songwriter. ‘If The World Was You’ betekende een verrassende terugkeer. De luchtige Californiapop en countryrock van weleer is omgeruild voor een melange waarin countrysoul en popelementen versmelten tot een jazzy organisch geheel dat live in de studio werd ingespeeld. Het is enkel de karakteristieke fragiele tenor die aan de tijden van weleer herinnert. Souther klinkt opmerkelijk jong voor zijn leeftijd en wordt door een onderlegd kwintet bijgestaan. Diezelfde muzikanten figureren op een digitale ep die in het voorjaar opgenomen werd in het Belcourt Theatre in Nashville. Het op sprankelende pianoakkoorden van Chris Walters gebouwde ‘Rain’ opent de score. In het jazz-epos ‘A chorus Of Your Own’ toont Souther zich een begenadigd crooner en schittert de blazerssectie met saxman Jeff Coffin en Rod McGaha op trompet, terwijl de frontman zelf af en toe iets uit de saxofoon perst. ‘Journey Down The Nile’ balanceert op een zwoele latingroove en met het ritmische ‘House of Pride’ wordt afgesloten. Puik werk, maar dat is voor de bezitters van het laatste werkstuk ‘If The World Was You’ wellicht geen volslagen verrassing. Bijzonder leuk is de nostalgische terugblik. In een fraai sololuikje brengt Souther een mooie versie van ‘New Kid In Town’ (één van zijn vele pensioensongs) om vervolgens ‘Silver Blue’, een pareltje uit ‘Desert Rose’ af te stoffen. Op het meegeleverde hoesje is dit niet terug te vinden maar na track zes volgt nog ‘You’re Only Lonely’ de ultieme ode aan ‘The big O’. Niet meteen naar de platenboer hollen, maar naar de website surfen voor deze tot dusver enkel langs digitale wegen verkrijgbare liveregistratie.

Cis Van Looy ****

Label: Slow Curve Records

Nr.: SC002

Distr: www.itunes.apple.com/nl /artist/j-d-souther

Promotion: www.hemifran.com

Meer info www.slowcurverecords.com

Website: www.jdsouther.net 

KRISSY MATTHEWS: ALLEN IN REVERSE 

Jong bluestalent uit het hoge noorden, dat alvast een mooi perspectief zal bieden voor de toekomst.

Krissy Matthews is half Noors (langs moeders zijde) en half Engels die het levenslicht zag op 25 mei 1992. Op deze jeugdige leeftijd deed Krissy toch al heel wat broodnodige muzikale ervaring op. Op zijn achtste kreeg hij alvast een eerste elektrische gitaar en sindsdien gaat het crescendo met zijn nog jonge carrière. Professioneel werd het pas ernstig toen hij in augustus 2004 op dezelfde affiche prijkte met John Mayall and the Bluesbreakers, op het gerenommeerde Notodden Bluesfestival (Noorwegen). Krissy gaf er twee avonden het beste van zichzelf en sindsdien is er heel wat persbelangstelling en radioaandacht voor dit aanstormend talent. Eens terug in Engeland startte Matthews zijn eerste groep, Krissy’s Blues Band, een kwartet met vader Keith op tweede gitaar. Na verschillende gigs en een gastoptreden bij Bernie Marsden (Whitesnake), werd de band herleidt tot een trio, pa Keith zou ditmaal de baslijnen voor zijn rekening nemen. De band versleet meerdere drummers en in juli 2005 brachten ze een eerste release, ‘Influences’, op de markt. Prompt verscheen er een heus interview met Krissy en band in het gerenommeerd Britse Bluesmagazine, ‘Blues Matters’. In februari 2007 registreerden ze in de Juke Joint Studio’s in Notodden, Noorwegen, een tweede album ‘No Age Limit’. Met dit bescheiden succes toerden zij door Frankrijk en een vijftiental dagen door Scandinavië. De band stond ook op het hoogste schavot met Walter Trout, de betreurde Jeff Healey en Devon Allman. Recent speelden zij het voorprogramma voor het Europese luik van Robben Ford. Op deze huidige cd ‘Allen In Reverse’ wordt Krissy nog steeds begeleid door mentor en vader Keith op bas en Chris Sharley achter het drumstel en de percussie. Occasioneel toetst Mike Smith op de keyboards en geeft Holly Petrie gestalte aan de backing vocals. Dat Krissy slechts 16 was tijdens deze opnames, kan hij qua stembereik moeilijk verstoppen. Maar eens de baard in de keel, zal hij alvast menige bluesliefhebbers de mond snoeren. Gitaartechnisch is Krissy een kraan, zijn muziek staat dan ook stevig op zijn grondvesten. De openingstrack en tevens de titelsong - een ode aan Jimi Hendrix- begint heavy en zwaar, maar al gauw ontdekt men welk talent door onze woofers wordt geblazen. De twaalf nummers, waarvan tien originele Matthews songs, zijn een leuke afwisseling tussen blues, rock-‘n-roll en funk. Vooral het strakke drumwerk in het New Orleans klinkende ‘What More Could You Want’ (part 2) bezit een flinke funkybeat. In ‘When Times Were Hard’ hoort men elektrische Delta Blues klanken. Op het bij Albert Collins geleende ‘Iceman’ wordt naast datzelfde heerlijk gitaarwerk het nummer opgefleurd door Smith’s Hammondorgel. ‘Last Young Love’ is een prima ballade waar Holly met haar hemels stemgeluid een heuse meerwaarde is. ‘Lonely On The Road’ dat opnieuw wordt ingekleurd door pianotonen, is een rock-’n-roll kraker die zo uit jaren ‘50 of ‘60 is geplukt. De gitaarpartijen op John Lee Hooker’s ‘Hug You Squeeze You’, maakt dit tot een van onze favorieten op deze release. Gitaartechnisch zit het meer dan snor bij deze tiener, nu nog het stembereik wat bijschaven en er staat deze knaap een heuse toekomst te wachten.

Talentjagers zijn er alvast aan voor de moeite, met deze ‘Allen In Reverse’ staat Krissy Matthews voor een grote doorbraak op het Europese continent.

Philip Verhaege ***

Label: Mammi Productions

Nr.: 232824

Distr.: Bertus

Meer Info: www.myspace.com/krissymatthews

Website: www.krissymatthews.com 

LUTHER ALLISON: SONGS FROM THE ROAD 

Een eerbetoon aan een groot bluesman zowel op cd als op dvd.

Met de dood van Luther Allison heeft de blueswereld een groot vertolker verloren.

Luther werd in augustus 1939 geboren en op vrij jonge leeftijd leerde hij zichzelf gitaar spelen. Dit resulteerde al vrij snel in een ontwikkeling als bluesperformer. In een mum van tijd speelde hij met iconen als Muddy Waters, Howlin’ Wolf en backte zelf James Cotton. Zijn eerste single dateert uit 1965. In 1972 kreeg hij een contract bij Motown Records en volgens welingelichte bronnen was hij één van de allereersten échte bluesperformers die via dit soullabel een contract wist te verzilveren. Maar het werd stil rond hem totdat in 1994 Thomas Ruf met zijn nu wel beroemde blueslabel Ruf Records Allison een plaats in zijn stal aanbood. Dit was meteen ook de tijd dat Bruce Iglauer hem voeg om terug naar de States te komen en een contract bij Alligator volgde. De rest is geschiedenis en Luther was dan ook een graag geziene gast op alle grote bluesfestivals overal ter wereld.

In 1997 sloeg het noodlot toe en op 12 augustus zou de man zijn laatste adem uitblazen.

De bijbehorende dvd is een registratie van de Canadese televisie uit 1997.

Daarom besloot Thomas Ruf om via deze weg een hommage te brengen aan deze knappe bluesperformer.

De meeste songs hier gepresenteerd zijn afkomstig van zijn album ‘Reckless’, die voornamelijk tot stand kwamen dankzij een compositorische samenwerking tussen Luther Allison en James Solberg.

Meteen de beuk erin, moet hij gedacht hebben tijdens dit live-optreden waaruit we ‘Cancel My Check’ horen.

Dat Luther wist hoe hij een mens moest beroeren doet hij grandioos in ‘Living In The House Of Blues’. Mike Vlahakis volgt hem mooi met zijn Hammondklanken. ‘What Have I Done Wrong’ vraagt de brave borst zich af in het volgende nummer en dat komen we pas op het einde van deze cd te weten.

‘You Can You Can’ rust dan weer meteen op een Booker T-image want de orgelklanken spelen hier de voornaamste rol.

‘There Comes A Time’ is een nummer dat niet meteen goed moet geïnterpreteerd worden want helaas kwam voor Luther de tijd om te gaan véél te vroeg. Maar toch een knappe song die schitterende arrangementen bezit en natuurlijk schitteren hier ook de magistrale gitaarklanken van Luther.

Maar deze cd bezit uiteraard géén enkel vervelend moment en wanneer we op ‘It Hurts Me Too’ terechtkomen horen we meteen hoe dit verder gaan evolueren. Schitterend ! Deze klassieker heeft al zoveel jasjes gekregen en Luther doet er hier nog een ‘jasje’ bovenop.

Genoeg gezeverd, en loop naar de platenboer om dit pareltje aan te schaffen want zowel op auditief als op visueel vlak komt Luther zeer sterk uit te verf. En de meeste festivalgangers, die Luther ooit bezig zagen zullen het hier met me eens zijn: ‘Man, Luther’, jouw muziek maakte van mij een échte down to Earth bluesfreak’ en dat is wat je verkeerd hebt gedaan. Dank u. Op de dvd krijgen we een extract van wat we hebben mogen ondergaan op auditieve schijf en daar werd nog ‘Move From The Hood’ aan toegevoegd. Wat kan ik nog meer zeggen? Een gevaarlijke tsunami onder de bluesperformers. Maar om dit meesterwerkje te kunnen afsluiten gebruik ik de wijze woorden van Allison zelf: “Leave your ego, play the music and love the people.” Een betere boodschap kon deze man ons niet nalaten.

Alfons Maes *****

Label: Ruf Records

Nr.: 1157

Distr.: Munich Records

Meer info: www.munichrecords.com

Website: www.luther-allison.com 

MANDALABAND III: BC ANCESTORS 

Na twee schitterende albums uit de jaren zeventig is een nieuwe Mandalaband uit zijn assen verrezen en het resultaat is magisch!

Nog vier originele leden van toen zijn nu nog steeds van de partij, nl. Ashley Mulford (gitaar (Sad Café)), Woolly Wolstenholme (keyboards (Barclay James Harvest, Maestoso)), Kim Turner (drums (Maestoso) en David Rohl (keyboards, producer). Helaas ontbreken er nu enkele fantastische muzikanten en dat waren Ritchie Close (keyboards), Mel Pritchard (drums (Barclay James Harvest)), Paul Young (vocals) en Phil Chapman (sax, fluit). Buiten de reeds genoemde namen vinden we ook nog Troy Donockley (pipes, whistles), Jose Manuel Medina (keyboards), Marc Atkinson (zang, (Riversea)), Geoffrey Richardson (viool, (Caravan, Murray Head Band)), Craig Fletcher (bas (Barclay Jams Harvest)). Barbara en Briony Macanas zorgden voor de knappe backing vocals. Het album kwam tot stand na een intensieve samenwerking van ongeveer twee jaar. Deze samenwerking vond plaats in de Legend Studio’s in een rustige plaatsje ergens in Spanje dat een fantastisch uitzicht gaf op de zee. Op dit album zomaar een label kleven zou gekkenwerk zijn gezien er zowel Keltische als ambient atmosferen inzitten. Maar enige vergelijkingen met de befaamde Alan Parsons Projects dringen zich hier op. Het onderwerp van deze symfonische langspeler zijn de legendarische tijden toen nog grote beschavingen regeerden zoals Babylon, Egypte, de Griekse beschaving en zelfs de geboorte van het grote Romeinse rijk.

Ieder nummer vertelt zijn eigen verhaal en het was voornamelijk David Rohl die de grootste inbreng leverde van composities alhoewel Kim Turner en Woolly Wolstenholme zeker niet op de achtergrond bleven schipperen. Zoals je bij vele conceptalbums uitstekende muziek vindt is het hier niet anders en dat hoor je meteen aan de knappe composities, zelfs al in de eerste seconden van bijna iedere intro. Ieder nummer beschrijven zou me te ver leiden. En trouwens een conceptalbum mag je niet bespreken op individuele songs maar alleen op het totaalbeeld en dat is gewoonweg briljant. Helaas worden er van dit soort albums nog maar weinig gemaakt de laatste jaren. En waarom? Maar de liefhebbers van deze schitterende muziek zullen niet lang op hun honger moeten blijven zitten op een nieuwe release van deze hernieuwde band want in de zomer van 2010 verschijnt de 4e Mandalaband langspeler ‘Ad Sangreal’. Onnodig te zeggen dat wij hier naar uitkijken! Nu nog deze musici met dit concept op een podium. That must be Heaven on Earth!!!

Alfons Maes ****1/2

Label: Legend Records

Nr.: LegendCD01

Distr.: Cherry Red

Meer info: www.cherryred.co.uk

Website: www.mandalaband.co.uk 

PATRICK VINING BAND FEATURING MIKE BOURNE: ATLANTA BOOGIE 

De aftandse Electrovoice microfoon afgebeeld op de hoesfoto heeft er zo te zien al enkele dienstjaren opzitten en is wellicht wat ouder dan de blanke zanger die er gebruik van maakt. Het verraadt al een beetje de stijl waarin Patrick Vining opereert. De jaren veertig en vijftig toen shouters als Big Joe Turner en Roy Brown op de R&B scène domineerden vormen de inspiratie voor de man uit Atlanta. Vining maakte tien jaar geleden zijn eerste werkstuk onder impuls van Theodis Ealey die hem bij Ichiban introduceerde. Na het opdoeken van dat label presenteerde hij in ’Ready Right Now’ voor JSP. Vining was er ongetwijfeld klaar voor maar het zou nog even duren voor alles in de juiste plooi valt met de komst van Mike Bourne een gitarist met sterke affiniteit voor de Chicagoblues die het vak leerde bij Barkin’ Bill Smith en Oris Rush. Die leerschool vormt samen met zijn swingende benadering, een erfenis van zijn roots die naar Kansas City leiden, de basis voor zijn mooi uitgebalanceerde snarenreplieken. In Atlanta smeden Vining en Mike Bourne een hecht muzikaal verbond. Dat wordt meteen duidelijk in deze behoorlijk authentiek klinkende verzameling van swingende jumpblues en dynamische boogiewoogie waarbij de inbreng van pianist Matt Wauchope niet onbelangrijk is. In enkele nummers zingt Tommy Brown, een bluesveteraan uit Atlanta die twee songs aanleverde, de titelsong en ‘Someday’. Verder niet onverdienstelijke uitvoeringen uit het oeuvre van Jimmy Witherspoon en Jimmy Rogers. Het goede nieuws is dat ook de zes composities van Vining, die in samenwerking met Bourne tot stand kwamen, door de energieke zang en geïnspireerde snarenbijdragen nergens uit de toon vallen tussen de originele stuff uit het verleden. De tijd is meer dan rijp voor een oversteek naar Europa van dit voortreffelijke bluescombo uit Atlanta.

CisVan looy ***1/2

Label: Blues Boulevard Records

Nr.: 250251

Distr.: www.musicavenue.com

Meer info: www.myspace.com/patrickVining 

PERCY SLEDGE: MY OLD FRIEND THE BLUES 

Southernsoul leeft nog.

Wellicht herinnert u als trouw beeldbuiskind nog de ‘Pak de Poen Show’. In de eerste aflevering liep zowat alles mis, studiobelichting en drukknoppen van de kandidaten, op afstandbestuurde wagentjes en telefoons lieten het afweten. De grootschalige rechtstreeks uitgezonden tv-show werd gepresenteerd door Manu en René Verreth. De acteurstweeling worstelde met de spelregels en nukkige draadloze microfoons en communiceerde in een oubollig, erbarmelijk ambtenarenjargon. Eén van de talloze hilarische hoogtepunten was de aankondiging van de muzikale hoofdkaas waarbij presentator René “Percy.. euh ja dames en heren inderdaad Percy…” stamelde ter introductie van soulicoon Percy Sledge. ‘When A Man Loves A Woman’ en ‘My Special Prayer’ prijkten tot diep in de jaren zeventig nog op menig overgebleven muziekautomaat. Maar Sledge zette in samenwerking met producers Quin Ivy en Marlin Greene en muzikanten uit The Muscle Shoals stal nog meer memorabel werk waarin country naadloos versmelt met soul in magistraal songwerk van onder andere Dan Penn en Spooner Oldham. Sla er de Rhino-collectie ‘It Tears Me Up’ er nog maar eens op na. In de jaren zeventig bleven de hits uit en het platencontract met Atlantic liep ten einde. ‘I’ll Be Your Everything’ een gepassioneerde ballade van de gelijknamige langspeler op Capricorn was zijn laatste teken van leven in 1974. Ondanks het uitblijven van commercieel succes bleef Sledge onverminderd touren. Zo belandde hij veertien jaar geleden nog op het podium van BRBF Peer. Dat werd helaas een genante vertoning, die een dieptepunt bereikte als de soulcrooner zijn even zwaarwichtige Rosie mee op het podium troonde voor een rampzalig ‘duet’. Het concert was een regelrechte aanfluiting van de schitterende comebackplaat ‘Blue Night’. Ik nam me meteen voor om nooit meer een concert van Percy Sledge te bezoeken en liet de recente passages ook zonder enige spijt aan me voorbijgaan. Wellicht oordeelde ik iets te streng, in 2004, tien jaar na ’Blue Night’, trok de man uit Alabama terug de studio’s in om onder toezicht van producerstandem Saul Davis en Barry Goldberg een waardige opvolger in te blikken. Voor ‘Shining Trough The Rain’ resideerde de vertrouwde ritmesectie met Bob Glaub en Ed Greene, aangevuld met Clayton Ivey (toetsen) en gitarist Larry Byron in de Sound City en Van Nuys Studio’s in Californië. Ten tijde van de opnamesessies was Percy bijna vijfenzestig maar laat nog een behoorlijke dynamische indruk na in nummers als ’24-7-365’, ‘Searching For My Love’ en ‘Big Blue Diamonds’, in duet met Paul Jones. De Britse bluesman speelt ook harmonica in het van The Hollies geleende ‘Lonely Hobo Lullabye’ en Jacob Dylan zingt mee in ‘Misty Morning’, zo’n onvervalste southernsoul ballade waarin Sledge op zijn best klinkt. Het nummer werd geschreven door Mikael Rickfors en Carla Olson die ook voor het fraaie slotnummer ‘Road Of No Return’ tekenden. Er is inderdaad geen weg terug, vaak vertoeven de muzikanten van weleer niet meer op de aardkloot en studio’s zijn ondertussen gesloopt. Het is dan ook bijzonder verheugend dat Percy Sledge zo’n vier decennia na de hoogtijdagen van het southernsoultijdperk nog weet te imponeren met zijn gepassioneerde voordracht en karakteristieke stemtimbre. In de bijgeleverde bonustrack van deze tot ‘My Old Friend The Blues’ omgedoopte heruitgave, ‘Honest As Daylight’, een begeesterend duet met Carla Olson en de slidegitaar van Mick Taylor wordt dit nog eens ondubbelzinnig geïllustreerd door de soulsurvivor.

Cis Van Looy ****

Label: Blues Boulevard

Nr.: 250246

Distr.: www.musicavenue.net

Meerinfo: www.blues.boulevard.com

Website: www.psledge.com 

TINO GONZALES & LOS REYES DEL KNOCK OUTS

In de voetsporen van Stevie Ray Vaughan en Carlos Santana Deze vergelijkingen zijn zeer zeker van toepassing op de nog niet zo bekende naam hier in België wat de échte blues betreft. Tino werd geboren in Chicago in 1951 en kon het dus niet beter treffen wat zijn ervaring met muziek betrof. Hij komt trouwens uit een muzikale familie en luisterde al vrij vroeg naar de muziek van diverse grootheden zowel op blues- als rockvlak. Voordat hij besloot in 1985 zelf solo te gaan stond hij in de schaduw van grote bluesperformers. En dat hij solo is gegaan zal hij zich nog geen moment beklaagd hebben. Hij heeft dan ook al een mooie discografie opgebouwd. Ik geef u enkele titels ‘A World Of Blues’, ‘Tequila Nights’, ‘A Heart Full of Blues’, ‘Modern Day Hobo’ enz... Zijn muziek is een blend van latin jazz met blues en het klinkt allemaal zeer overtuigend. Tino steekt het ook niet onder stoelen of banken dat hij een hart heeft voor de hedendaagse beschaving en moeder Aarde. ‘No More Misery’ afkomstig uit zijn langspeler ‘A World Of Blues’, is een nummer dat hij daarvoor graag opdraagt. Om tot deze knappe cd te komen ging de man even op bezoek bij enkele van zijn vrienden. De koperblazers worden geleverd door de Pacific Coast Horns terwijl andere prachtige muzikanten, waaronder o.a. Adrian Costa, Carlos Delalane, John J.T. Thomas, Ingo Rau, enkele van de andere instrumenten voor hun rekening namen. Als opener koos hij voor het instrumentale ‘Funky Tortilas’ waarin de muzikanten hun instrument hun deel laten doen. De Horns spelen hier een belangrijke rol.Met ‘How Lucky Are We?’ vraagt Tino of we zijn gitaarspel kunnen smaken. Ja hoor, gelukkig zijn we om die knappe klanken en die lijn wordt verder getrokken in ‘Ain’t Gonna Pray’. Een eerste rustpunt komt er met de slow ‘Cloak Of Misery’. Knappe piano-opening waarbij Tino voor enkele emotionele riffs zorgt. Boris Lau weet op de ivoren toetsen een intimistische solo af te leveren. Vraagt om meer, dat nummer! En dacht je misschien dat Tino hierop afwezig zou blijven? Anna Anderson en Lynette Koyana zorgen voor de backing vocals. Met ‘We All Lose’, en zeker als we zo bezig blijven met het milieu, wordt de toon weer ingezet voor meer swinging time. Tino heeft buiten zijn gitaarspel ook nog een prachtige, donkere stem die dit nummer een bijzonder aura meegeeft. Sahm betokkelt de Hammond B3 zoals het hoort maar overdrijft niet alhoewel hij een keyswizzard is. En tot mijn groot genoegen kan ik geen enkel minder op deze cd ontdekken.

Conclusie: veel te veel liefhebbers blijven verder dobberen op wat ze kennen. Dit is een schijf die propvol met muziek staat. Er zijn geen lege gaten te vinden die gewoonlijk door gimmicks worden opgevuld. De plaat werd opgedragen aan de véél te vroeg overleden Bill Perry. Tino Gonzales verdient alle eer die hij toekomt en zeker ook bij het grote publiek. Graag zien we volgende zomer Gonzales en zijn Knock Outs op diverse Vlaamse podia schitteren. Zeg maar, de Cullinan diamant onder de grote hoop nepstenen. Heren organisators, zeg niet dat we je niet geïnformeerd hebben...

Alfons Maes *****

Label: Blues Boulevard

Nr.: 250258

Distr.: Music Avenue

Meer info: www.music-avenue.net

Website: www.tinogonzales.com 

TINSLEY ELLIS: SPEAK NO EVIL

Miljoenen mensen zagen gitaarvirtuoos Tinsley Ellis aan het werk in Atlanta, tijdens de Olympische Zomerspelen in 1996. 

Ellis werd dan ook geboren in Atlanta in 1957, maar groeide op in het zuiden van Florida. Hij bespeelt zijn lievelingsinstrument sinds zijn achtste levensjaar. Vooral de Kings (Albert, B.B. en Freddie) waren zijn grote voorbeelden en inspiratiebronnen. Zijn lot werd als het ware bezegeld tijdens een concert van B.B. King, de pas veertienjarige Ellis, kreeg van B.B. een gebroken snaar van diens Lucille. Betovert door de string raakte hij na het concert ook nog aan de praat met King en het was die warme indruk dat gensters deed overslaan bij de kleine Ellis. Terug in Atlanta rond 1975 vervoegde Ellis, de Alley Cats, een bluesband rond Preston Hubbard (The Fabulous Thunderbirds). In 1981 speelde hij met Chicago bluesveteraan en harpist Bob Nelson bij The Heartfixers. Tot Ellis besloot het solopad te wagen en een tape van zijn eerste solo release, Cool On It, te bezorgen aan Bruce Iglauer van Alligator Records. De rest is zowaar geschiedenis. Tinsley speelt nog steeds in de traditie van zijn Deep South muzikale helden als Duane Allman, Freddie King of Warren Haynes. Volgens Atlanta Magazine is hij de meest significante bluesartiest uit Atlanta sinds Blind Willie McTell.

Sinds zijn Alligator debuut in 1988 met Georgië Blue bleef Ellis onvermoeibaar  toeren en heeft hij na drie jaar eindelijk tijd gevonden om ons te verheerlijken met een twaalfde release. Alle 12 tracks zijn van Ellis hand en nu ook zat Bruce Iglauer traditioneel mee aan de knoppen. Met krachtige elektrische bluesrock Sunlight Of Love opent het album alvast sterk. Met een voortdurende energie communiceert hij als het ware met zijn gitaar op de titeltrack om spetterende vonken uit zijn 6-snaren te halen op Slip And Fall. Toch zijn niet alle nummers brutaal gitaargeweld, getuige zijn grote klasse op Cold Love, Hot Night en Left Of Your Mind. The Other Side heeft de stilaan klassieke ZZ Top riff en op Amanda trekt hij alle registers nog eens open op zijn wha-wha pedaal. Als je ons vraagt naar onze favoriete songs, wel als het dan toch moet, de ingetogen slow-blues Loving For Today en vooral het instrumentale en rokerige RockslideVuurspetterend, muzikaal en verademend mooi uitgebalanceerde songs maken dat Tinsley Ellis met Speak No Evil terecht geniet van een Internationale reputatie dito uitstraling. Klasse!

Philip Verhaege ****


Label: Alligator Records

Nr.: ALCD 4932

Distr.: Alligator

Meer Info: www.myspace.com/tinsleyellis

Website: www.tinsleyellis.com 

Click here to start typing your text

Make a Free Website with Yola.