Keys & Chords

LINE UP'S 

The Escorts

 Syd Twynham

zang, gitaar

 Marc Michalski

Bas

 Phil Wilson

Drums

 Chris Savage

keyboards

 

Christie

 Jeff Christie

zang, gitaar

 Kevin Moore

bas, vocals

 Simon Kay

drums

 Adrian Foster

gitaar

 

The New Seekers

Paul Layton

zang, bas

 Donna Jones

zang

 Francine Rees

zang

 Mark Hankins

zang, gitaar

 Mick Flinn

zang, gitaar

 

Sailor

 Nick Parvin

zang, gitaar

 Phil Pickett

keyboards, zang

 Henry Marsch

zang, keyboards

 Grant Serpell

drums

 

Middle of the Road

 Sally Carr

zang

 Ken Andrew

drums

 Ian McCredie

gitaar

 Jacek Jan Komiago

bas

 

Slade

 Dave Hill

gitaar

 Don Powell

drums

 John Berry

bas, viool

 Mal McNulty

zang, gitaar

 

Alvin Stardust

 Alvin Stardust

zang

 Glyn Davies

gitaar

 Des Tong

bas

Sam Martin

drums

 

The Rubettes

 Alan Williams

zang, gitaar

 John Richardson

drums, zang

 Mick Clarke

bas, zang

 Mark Haley

keyboards, zang

 

10cc

 Graham Gouldman

zang, gitaar, bas

 Milton McDonald

gitaar

 Paul Burgess

drums

 Mick Wilson

zang, gitaar, percussie

 Mike Stevens

sax

 Keith Hayman

keyboards

 

THE GOLDEN YEARS 2009

Afgelopen zaterdag had de éénentwintigste editie van het retrofestival ‘The Golden Years’ plaats. Het was enkele jaren geleden dat ik er nog bij was, en ik wou die achterstand dit jaar inhalen. De twaalfduizend vijfhonderd aanwezigen zullen me meer dan gelijk geven, het was immers de moeite waard.

Nostalgie was troef, en zo hoort het ook bij ‘The Golden Years’. Stond vorig jaar de muziek uit de gouden jaren zestig en de overgang naar de jaren zeventig nog centraal, dan was het dit jaar de beurt aan de muziek uit die seventies. Voor mij, en voor zovele anderen een brok jeugdsentiment dus. Het Sportpaleis zat dan ook afgeladen vol, ongeveer twaalfduizend man, en dat in tegenstelling tot de eerste edities, nu meer dan twintig jaar geleden, toen er amper tweeduizend man opdaagden. De parterre stond praktisch volledig vol met VIP tafeltjes, en net voor het podium, waar de fotografen zich opstelden, was een kleine dansvloer gelaten. Tja, de ene groep stoorde daarbij de andere…

Nadat enkele videoclips de zaal opgewarmd hadden, betrad presentator Carl Huybrechts het podium. Hij verwelkomde ons, en las enkele nieuwsfeiten voor uit jaar 1970. Daarna mocht de covergroep The Escorts (oftewel MUD II) de spits afbijten. Nu heb ik vroeger wel gehoord van een gelijknamige zwarte groep, maar die waren het absoluut niet. The Escorts was een groep bestaande uit vier man, die drie hits van wijlen Marc Bolan & T. Rex brachten. Ja, de glamrock dus, met songs als ‘20th Century Boy’ (dat nummer diende als inspiratie voor de gelijknamige Japanse film, die ik onlangs recenseerde op onze zustersite www.fantastiek.com), ‘Get It On’ en uiteraard ‘Hot Love’ uit 1971, welk refrein dan ook door de zaal meegezongen werd. Na een kort interludium van Carl Huybrechts met nieuwskoppen uit het jaar 1971 trad de groep Christie aan. In 1969 schreef Jeff Christie het liedje ‘Yellow River’ en bood het The Tremeloes aan. Die namen de backing track op, maar lieten het nummer toch over aan Christie. Het resultaat werd hun grootste hit in 1970. Maar eerst lieten ze ons de mindere hit ‘San Bernadino’ horen. Uiteraard verkoos de zaal ‘Yellow River’, wat in verschillende landen doorstootte tot nummer één van de hitparade.

     

De videoclip van ‘Lola’ van The Kinks luidde de overgang in naar de volgende groep, en dat werden The New Seekers. Deze groep herrees indertijd uit de as van de Australische Seekers. Ze hadden een rits hits, die deze avond begon met ‘Never Ending Song of Love’, een cover van Delaney & Bonnie. Aansluitend volgden ‘You Won’t Find Another Fool Like Me’ en ‘Beg, Steal or Borrow’ waarmee ze in 1972 de tweede plaats in het Eurovisiesongfestival haalden. Het publiek lustte ze wel, en de miljoenenhit ‘I’d Like to Teach the World to Sing’ waarmee ze afsloten, werd luidkeels meegezongen. Misschien herinnert u zich nog dat Coca-Cola die tune gebruikte ter ondersteuning van een publiciteitsspot.

Nadat Carl de hoofdpunten van het jaar 1972 voorgelezen had, zette hij de twee goede doelen van deze avond op een rijtje, en bedankte hij de sponsors. Dan was het tijd voor de volgende act, en dat werd de Britse groep Sailor. Wij kennen hen vooral van hun twee grootste hits ‘Glass of Champagne’ (1972), en ‘Girls, Girls, Girls’ (1975). Deze band stopte ermee op het einde van de seventies, om in het begin van de nineties weer met twee singles op de proppen te komen. Maar hun twee bijdragen werden gelust, en ‘Girls, Girls, Girls’ werd meegezongen.

De videoclip van de ballade ‘Angie’, ‘tuurlijk van The Rolling Stones, liet de technici toe om de nodige voorbereidingen te treffen voor de volgende groep, Middle of the Road. En Carl kondigde de krantenkoppen uit het jaar 1973 aan. Jaren geleden zag ik de Schotse groep Middle of the Road hier al aan het werk, maar toen had zangeres Sally keelproblemen en kon ze bijna niet zingen. Een kleine medley met de miljoenenhit ‘Chirpy Chirpy Cheep Cheep’ voorop opende hun set, waarna ‘Tweedle Dee, Tweedle Dum’ weerklonk. Tijdens ‘Samson & Delilah’ uit 1971 liet Sally om beurten de vrouwen en de mannen uit de zaal meezingen. De mannen wonnen uiteraard, waarna de vrouwen een tweede kans kregen. Het vrolijke ‘Soley Soley’ volgde met voornoemde ‘Chirpy Chirpy Cheep Cheep’. De ode aan de Amerikaanse stad ‘Sacramento’ sloot af, en wij konden ons plezier niet op. Toch één minpuntje dat ik bemerkte, de gitaren klonken niet zoals het moest.

Een minder gekende videoclip van The Golden Earring’ uit Nederland, nl. ‘Holy Holy Life’, markeerde weer de overgang, en Carl was er met de voornaamste gebeurtenissen uit het jaar 1974. Toen bestormde de groep Slade de scène, en ik wist al dat het er luidruchtig aan toe zou gaan. Inderdaad, ‘House Down/Backhome’ en ‘Gudbuy t’Jane’ kwamen eraan, en de leadzanger zong niet maar brulde, terwijl de steeds excentrieke gitarist Dave Hill zijn veel te luidde kunsten voorstelde. Het werd iets rustiger tijdens de ballade ‘My Oh My’ uit 1983, maar tijdens het rocknummer ‘Get Down & Get With It’ vloog iedereen recht. Eindigen deden ze met het welbekende ‘Merry Xmas Everybody’, waarin zelfs een stukje ‘Tutti Frutti’ verweven zat. Zelfs al konden sommigen dit optreden pruimen, was het voor ons het absoluut minpunt van de avond.

De voor mij onbekende videoclip ‘Caroline’ van Status Quo kwam er  tussenin, en Carl overliep de krantenkoppen van het jaar 1975. Rocker Alvin Stardust was de volgende act, en die bracht de zaal op temperatuur met ‘Come On Everybody’, ‘Red Dress’ en ‘Jealous Mind’. Zijn grootste hits hield hij voor daarna, want de nummer één hit ‘Pretend’ en het al even bekende ‘My Coo Ca Choo’ uit 1973 kende iedereen. Dat viel in goede aarde, waarna hij prompt de cover ‘I Love Rock ‘n’ Roll’ van Joan Jett ten beste gaf. En als toemaatje kregen we nog de cover ‘Johnny B. Goode’ erbij. De rockers onder ons konden hun geluk niet op.

Steve Harley’s Cockney Rebel’s videoclip van ‘Make Me Smile’ liet de technici weer toe het podium in orde te maken voor de volgende act, en Carl overliep 1976. The Rubettes feat. Alan Williams zijn steeds een zeer verzorgde groep geweest, met witte kostuums en dito petten en schoenen. Deze groep is dan ook bijna elk jaar hier present, en we kennen al hun hits van buiten. Na een korte intro, volgden ‘Juke Box Jive’, ‘Foe Dee O Dee’ en ‘Tonight’, waarna ze een a capella versie van ‘After The Goldrush’ ten beste gaven. Nog meer a capella volgde met een cover van ‘Barbara Ann’ van the Beach Boys, waarna ‘I Can Do It’, en uiteraard hun grootste en mooiste hit ‘Sugar Baby Love’ afsloot. Heel herkenbaar waren Alan Williams’ hoge stem en het “Joe Harris” achtige zinnetje dat in sommige van hun hits voorkomt. De zaal genoot.

‘Driver’s Seat’ van Sniff & The Tears werd meteen de laatste videoclip, waarna Carl 1977 bekeek en de tombola op gang bracht om zo’n twaalfduizend vijfhonderd programmaboekjes te verkopen voor de goede doelen. En dat zou uiteraard lukken, want later op de avond zou het vooropgestelde doel bereikt worden.

Toen werd het tijd voor de hoofdbrok van vanavond, de Britse groep 10cc. Opener werd ‘Wall Street Shuffle’ uit 1974, met ‘Things We Do For Love’ erachter. Tijdens de mooie ballade ‘Donna’ gaat de telefoon over, maar dat oude belletje werd hier vervangen door een moderne elektronische ringtone. De supermooie ballade ‘I’m Not In Love’ volgde, gevolg door het ijzersterke Jamaica avontuur ‘Dreadlock Holiday’. Met ‘Rubber Bullets’ koos de groep voor een rocknummer als afsluiter, dat langgerekt op een drijvend rockritme overging in een saxsolo van Mike Stevens. Die man kan een stukje blazen! Ongetwijfeld was dit het hoogtepunt van de avond, en de groep bewees dat ze nog steeds ijzersterk overkomen.

Tijdens een “encore” als finale kwamen alle muzikanten op de bühne, en zongen luidkeels de Status Quo cover ‘Rockin’ All Over the World’ mee. 

Wij kwamen, en wij zagen dat het goed was. Het waren inderdaad “golden years” geweest, en het deed ons goed om dat gevoel nog eens te herbeleven.

Patrick Van de Wiele 

Make a Free Website with Yola.