Keys & Chords

KOENRAAD NIJSSEN: JAZZ BILZEN


‘All You Need Is Love’, ‘Be Sure To Wear Some Flowers in Your Hear’ of op de tonen van ‘A Whiter Shade of Pale’ strompelde ik het dorpje Bilzen binnen dat haast nog niet in kaart was gebracht door menig cartograaf omdat het destijds van geen belang was. Alle belangrijke straten van Bilzen werden voorzien van de nodige klankkasten die uur in – uur uit voor aangename muziek zorgde.

Maar de komende jaren zou daar drastisch verandering in komen. Jazz Bilzen was een feit, een festival dat je, als een zichzelf respecterend muziekliefhebber, moest bijgewoond hebben, zelfs als de eerste jaren eigenlijk meer gericht waren op jazz en kleinkust, dan nog moest je de oversteek van gelijk waar dan ook, maken. Ik heb me die oversteek nooit beklaagd, zelfs niet bij slecht én vies weer was het nog gezellig vertoeven in en rond het festivalterrein.

5 september 1965 was de allereerste dag uit zijn roemrijke geschiedenis en het doek viel finaal op 1 juni 1982. Vaarwel Jazz Bilzen... maar niet voor altijd.

25 september 2009: enkele decennia later wordt het vredige dorpje Bilzen weer door een hemellicht beschenen. CC De Kimpel is de plaats waar voor velen weer enkele tranen kunnen weggepinkt worden, oude vrienden elkaar wéér zullen treffen, waar sterke of dito verhalen over je eerste jointje weer van mond tot mond zullen gaan en ik was er ook bij, en meteen raakte ik in gesprek met leden van de Coch familie.

Het anders saaie complex werd voor deze gelegenheid versierd met foto’s van weleer en er werd ook een leuk filmpje vertoond. God, het zou beste kunnen dat ik daarin – ongewild - voorkwam of dat ik ergens op een een of andere foto’s een jonge hippiedeerne het hof maakte. Vergeet niet dat de Sixties stonden voor “Peace, Love and Music”.

Na diverse pogingen van verscheidene illustere geesten, waaronder mezelf, maar een inbraak in mijn homestede in 2003 besliste daar anders over, is Koenraad Nijssen er nu in geslaagd, en dit dankzij de samenwerking van de gemeente Bilzen (en talloze vrienden die het allemaal van zeer dichtbij meegemaakt) om het finale lijfboek van dit wereldberoemde festival aller festivals (alhoewel de auteur hier anders over denkt) boven de doopvont te houden.

Deze doop gebeurde plechtig op vrijdag 25 september 2009, in aanwezigheid van de auteur zelf, prominenten Jan Coch, burgermeester van Bilzen Johan Sauwens en wat ik eigenlijk zelf een beetje misplaatst vond, Herman Scheuremans.

Het sofapanel werd bestookt met allerlei vragen van de auteur zelf die ze toch met enige gereserveerdheid wilden beantwoorden. Waarom Scheuremans misplaatst was had allerlei redenen. Eerst en vooral is hij nog steeds de stuwende kracht achter een van de grootste festivals in Europa, Rock Werchter en ten tweede had de brave man het moeilijk om de woorden “Jazz Bilzen was inderdaad een groot festival” over zijn lippen te krijgen. Mijn keuze voor gesprekspartners had dan weer meer in de richting van een Guy Mortier geweest, maar achter zijn afwezigheid zit dan ook een groot verhaal dat je halvelings te weten komt door dit boek aandachtig te lezen. Humo wilde destijds munt slaan uit hun samenwerking en daar hield het organiserend comité blijkbaar niet van, daarom staakte Humo plots zijn de sponsoring aan dit groots event. Maar misschien had dit een méér boeiend gesprek kunnen opleveren.

Scheuremans bezocht het festival zelf als jonge gast en ‘stal’ er eigenlijk met zijn ogen de formule van hoe iets te organiseren valt en uiteraard werden er wat foutjes gemaakt en daar leerde hij van.

Hij gaf een (slecht) voorbeeld van hoe een securityploeg er moet uitzien. Hij verweet Jazz Bilzen dat hun ploeg voornamelijk bestond uit body builders (een van hun ‘bazen’ was Fons Cools, ook een goede vriend van me toen, dus dat zette deuren voor me open). Maar ik vrees dat Scheuremans zijn eigen securityteam de laatste jaren nog niet van dichtbij heeft gezien, of misschien alleen die die backstage en in de VIP-ruimte voor de goede orde moeten zorgen.

Dat het body builders (dat zijn ze meestal nog altijd maar niet zo fors gebouwd meer) waren, was helemaal geen probleem voor het publiek. Een ander facet speelde een grote rol: de drank die de bezoekers meebrachten. Destijds was alles nog niet in blik of plastic verpakt en glas was op het terrein verboden. Zo herinner ik me nog toen de gong van Thin Lizzy aan diggelen werd gesmeten. De security legde dan beslag op deze zaken en dat leidde soms tot een harde woordenwisseling. Dat was de enigste oorzaak die soms leidde tot sporadische schermutselingen. Maar ik herinner me nog de opkomst van de punkbeweging en het waren zij die de menigte toen opjutte en de security in een slecht daglicht stelde zodat ze, met hun baseballbat, hard moesten optreden. En geloof, dat was toen nodig.

Een andere afwezige, en daar zaten wat persoonlijke redenen van de familie Coch achter, had in ieder geval de man achter het voormalige organisatiekantoor ‘Make It Happen’, nl. Paul Ambach (= lees Boogie Boy voor hen dit nog niet zouden weten) kunnen zijn. Ook hier weer een fascinerend man maar helaas heeft de geschiedenis diepe kerven nagelaten.

Nog een laatste naam die voor vuurwerk zou kunnen gezorgd hebben is de ex-eigenaar van het Antwerpse Pannenhuis (the place to be for good music), is Louis De Vries, die later als manager van The Pebbles, Irish Coffee e.a. naam zou maken, maar die zich later ook als manager van FC Antwerp op de kaart (en in een verkeerd daglicht) zou zetten. Het Pannenhuis stond vooral bekend omdat het ooit de originele line-up van Pink Floyd heeft laten spelen, en geloof me, dat was een show om nooit meer te vergeten. Ik herinner me nog vrij duidelijk de lightshow met vele psychedelische kleurspatten en hoe de muzikanten achter ijzeren staven (ze zaten kennelijk in een gevangenis) hun show opvoerden.

Katrien De Vreese, uitgeefster van het boek in naam van Het Davidsfonds toonde het boek aan het aanwezige publiek, dat zeer talrijk was opgekomen, en na het gesprek werd dit de aanleiding tot een ware stormloop naar de verkoopbalie waar men het boek kon aanschaffen.

Achteraf kregen we een muzikaal intermezzo van de Steve Shorter Band die met een hele resem van knappe covers (met o.a. Proud Mary, Radar Love, 25 Or 6 To 4...) uit de luidsprekers deed knallen. Als afsluiter van deze avond stond Lady Linn geprogrammeerd maar voor mij stilaan de tijd om te vertrekken gezien ik de volgende dag reeds in het buitenland moest zijn.

 

Over het boek valt héél wat te zeggen maar ik ga er niet teveel van verklappen gezien dit een echte acid trip (ja, hoor zelfs zonder de nodige chemicaliën) in het verleden werd. Koen heeft zijn werk goed gedaan alhoewel ik halvelings het boek een fout vond. Eric Burdon (The Animals) is nog reeds een rasechte Brit (Newcastle) en géén Amerikaan zoals Koen dit hier meldde.

Het is geen klein pockettje of lijvige paperback geworden. Neen, de grootste bijbel ooit geschreven verbleekt bij het zien van dit boek.

Niet alleen vele teksten sieren het boek. Ook werden op diverse pagina’s contracten met muzikanten, correspondentie van het management van de sterren en de organisatie, brieven enz. afgedrukt, soms nog in leesbare staat, andere dan weer van mindere van kwaliteit. Ook werd ik verrast door de nog vele gave foto’s die blijkbaar toch hier en daar nog in privé-bezit moet zitten. Bij het bekijken van deze memorabilia kreeg ik weer de kriebels in mijn buik.

Het lettertype leest zeer aangenaam en dat is een pluspunt, zeker geen te kleine druk. Men heeft ook aan anderen (dus de foureyes onder ons) hier gedacht.

De vale kleuren van de cover doen ons meteen terugdenken aan een periode waarin er nog geen sprake van digitaal optimaliseren enzo was.

De verantwoordelijke voor de lay-out verdient hier een pluim want hij heeft de vierhonderd pagina’s tot een ware caleidoscoop omgetoverd die je telkens met hernieuwd plezier blijft inkijken... en inkijken en je kunt het boek dan ook niet

neerleggen bij een sanitaire stop. Ongeacht het gewicht, sleur je dit hebbeding dan ook overal met je mee. Een echte pageturner om het zomaar eens uit te drukken en dan is dit nog een understatement.

Het boek kan aangekocht worden via het Davidsfonds, Blijde-Inkomstraat 79 / 81, BE 3000 Leuven, (bestelnummer: 978-90-582-6661-3) via rekening 431-0770491-87 met als vermelding boek “Jazz Bilzen”.

Maar ook op het gemeentebestuur van Bilzen via rekening nr... 068- 2010534-42.

Het boek kost 33 €. Een spotgoedkope prijs voor een pakket informatie dat je daar voor in de plaats krijgt.

Meer info: http://www.davidsfonds.be/bookshop/index.phtml

Meer info: jazzbilzenboek@bilzen.be.

Alfons Maes *****

 

Originele Titel

Uitgeveij: Het Davidsfonds

2009

Groot A4-luxe format

429 Blz.

ISBNN: 9789058266613

Make a Free Website with Yola.