![]()
We zijn eind augustus en het drukke festivalseizoen loopt op zijn laatste benen. Voor vele bluesliefhebbers is Gevarenwinkel de laatste halte voordat ze het clubcircuit of de kleinere indoorfestivals gaan bezoeken. In hun 12 jarige bestaan heeft Gevarenwinkel al een stevige reputatie opgebouwd.
Vrijdag werden er 3 acts geserveerd op het hoofdpodium en mochten The Wieners de pauzes opvrolijken in de clubtent.
Om 19 u mocht het Limburgse Voodoo Boogie starten. Stichtende leden Jan Jasper en Gert Servaes speelden in het verleden samen in de bands High Five Jive, Dizzy Dimples en Big Mama’s Kitchen. In 2004 vonden ze het tijd om Voodoo Boogie boven de doopvont te houden. Pianist/Rhodes/Hammond speler Wouter Haest speelt een belangrijke rol in het psychedelische bluesgeluid van Voodoo Boogie. Met zijn door Ray Manzarek beïnvloede pianolijnen zorgt hij voor 'Doors’ geluid. Voeg bij dit geluid nog het wah-wah effect van Jan’s gitaar en de luisteraar bevindt zich terug in de Woodstockperiode van eind jaren 60. Ondanks het vroege tijdstip op deze vrijdagavond was het volk al talrijk aanwezig om de voodootrip te ondergaan. Sterke eigen nummers zoals het uitgesponnen ‘I Gave You Love’, ‘Bottle Of Love’ en feestnummer ‘Party Man’ werden afgewisseld met covers zoals ‘Walkin’ The Boogie (JL Hooker), ‘Going Down South' (RL Burnside) en bisnummer ‘The Whale’ (JB Lenoir). Al deze nummers zijn terug te vinden op hun debuutalbum ‘Losing My Cool’ van vorig jaar. Voodoo Boogie is een band met een eigen smoel en niet een zoveelste imitatie van Amerikaanse voorbeelden. Hun originele muziek miste zijn effect op het publiek niet. Toch werd er door de organisatie streng op de klok gekeken en werden we na een uurtje uit trance gewekt.

De tweede act op de mainstage waren Mac Arnold and The Plate Full ‘O Blues. Deze Amerikaanse veteraan konden wij dit jaar al zien op het Spring Bluesfestival te Ecausinnes. Ook toen leverde hij een uitstekend optreden af en werd hij begeleid door de jonge muzikanten van The Plate Full ‘O blues. Ondanks zijn 67 lentes maakte Mac nog een fitte indruk, inclusief grappige danspasjes. De sound die hij en de band brachten was onversneden chicagoblues. De nummers kwamen grotendeels van zijn twee albums die dateren van 2005 en 2008. Eén van de hoogtepunten was toen Mac Arnold slide speelde op een zelfgemaakte gitaar uit 1947. Deze was gemaakt door zijn broer en bestond uit een blikken olievaatje en 4 snaren. Op bejaarde leeftijd nog een tour in mei en augustus doen in Europa: vele artiesten dromen ervan en Mac doet het. Ook de solide begeleiding van de band verdiende een pluim.
Opvallend voor de editie van 2009 was dat de organisatie vele nieuwe namen durfde programmeren. De headliner van deze avond, Stacie Collins, maakte haar debuut in België. Deze jonge schoonheid uit Nashville stond zelfverzekerd op het podium. Ze stoeide met haar Zweedse muzikanten en wist haar vrouwelijke vormen al zwoel dansend te accentueren. Haar muziek wordt gekenmerkt door haar countryvocalen en scheurende harmonica à la Lester Butler. Het eerste gedeelte van de set kwam muzikaal minder overtuigend over omdat ze door haar enthousiasme haar tekst zat te schreeuwen en haar harmonicaspel slordig was. Vanaf het vijfde nummer, het sterke titelnummer ‘The Lucky Spot’ werd het geheel beter. ‘Baby, Please Don’t Go’ kreeg een rockende Them-benadering en ook het van Jason & The Scorchers geleende ‘200 Proof Lovin’’ rockte lekker weg. Een mooi rustpunt in de set was de countryballade ‘Sorryville’. Over haar inzet om harten te veroveren viel niet te klagen. Alleen leek haar engelen countrystem te vloeken met haar agressief harmonicaspel.

Om 14 uur op zaterdag opende Tim 'Lothar' Petersen in de clubtent. Deze Deense drummer verliet enkele jaren geleden Lightnin’ Moe en focust zich nu op deltablues. Dit was een goede beslissing want ondertussen is deze man vorig jaar uitgeroepen als ‘Best Danish blues artist of the year’ en ook zijn album werd uitgeroepen als beste Deense bluesalbum. Dat ook jonge mensen onderhoudende countryblues kunnen brengen bewees deze artiest. Buiten knap slidewerk maakte hij het optreden nog aangenamer met het vertellen over de geschiedenis van de countryblues. Hij is goed bezig om een nieuwe generatie mensen te doen teruggrijpen naar artiesten zoals Sleepy John Estes, Charlie Patton en Furry Lewis.
Het eerste optreden op de mainstage was voor het Kempische Country Feedback Club. Hun rootsmuziek deed denken aan The Jayhawks en Elliott Murphy. Wie had er gedacht dat wij in Vlaanderen nog zo’n kwalitatieve alt.countryband zouden bezitten? Frontman Guy Kennis beschikt over een zeer aangename zangstem. Hun set bestond uit sterke nummers zoals ‘I Wish I Was Your Friend’, ‘The Handsome Traveller’ en ‘Alibi Of Summer’. Allemaal nummers die perfect op het jammerlijk vergane Pili Pili radioprogramma konden. Een uurtje Country Feedback Club volstond, want bij meer zou de aandacht verslappen omdat er te weinig variatie in het repertoire zat.
De revelatie van het festival was zonder twijfel Ben Prestage. Wat deze jongere versie van Seasick Steve presteerde was indrukwekkend. In zijn eentje klonk hij als een volledige band. Vele artiesten hebben al problemen als ze moeten gitaar spelen en zingen op dezelfde moment, maar Ben combineert dit alles nog met drums. Hij slaagde erin om de clubtent op zijn kop te zetten met zijn vaak rudimentaire blues die zijn wortels heeft in ragtime, country-, swamp- en juke-jointblues. Dat zijn cd’s als zoete broodjes verkochten en dat de tent ook bij de tweede set volzat bewijzen dat deze kerel zijn Belgische debuut niet gemist heeft. Seasick Steve speelde op megafestivals zoals Rock Werchter en Pukkelpop. Ben zijn muziek is minstens even aanstekelijk en wij zijn benieuwd hoever deze 29-jarige kerel geraakt.

Iemand waar we meer van hadden verwacht was Eric Lindell. Sedert hij in 2006 een platendeal kreeg bij het grote Alligator Records staat hij in de internationale spotlights. Dit optreden was zijn debuut in België. De drive die Stacie Collins in overvloed had, ontbrak bij Eric. Hij speelde relax, zelfs een beetje te laidback. Toch was het genieten bij de soulvolle nummers zoals ‘If Love Can’t Find A Way’, ‘Lullaby For Mercy Ann’, ‘Two Bit Town’ en ‘All Alone’
Dat we deze man gaan terug zien op de grootste bluesfestivals in de Benelux staat buiten kijf. Hopelijk brengt hij dan nog een saxofonist en zangeres mee zodat zijn muziek nog beter uit de verf komt. Want in deze triobezetting kon hij geen meerwaarde geven aan de nummers uit zijn 3 sterke Alligator albums.
De volgende act op het hoofdpodium begon met ruim 40 minuten vertraging. Alvin Youngblood was doodziek en werd opgelapt om alsnog op te treden. Het was duidelijk dat hij met enorme koorts zat. Het zweet gutste van zijn lichaam nog voordat hij gespeeld had. In het begin van zijn carrière heeft Alvin mooie dingen afgeleverd als countrybluesartiest. Maar deze Alvin Youngblood Hart’s Muscle Theory vinden wij toch maar niks. Hij koos voor stevige rock die weinig met blues te maken had. Wij waren er niet rouwig om dat het een korte set van 30 minuten werd en ook Alvin was gelukkig dat hij in bed kon gaan uitzieken.

Op de website en het programmaboekje werden Nathan & The Zydeco Cha-Chas als afsluiter vermeld, maar op de dag zelf werd beslist dat zij als voorlaatste het hoofdpodium moesten betreden. Ondanks dat Nathan en zijn band al diverse prijzen wonnen is deze band onbekend bij ons. De hoofdingrediënten van hun muziek zijn de accordeon van zanger Nathan J. Williams, het wasbord van zijn neef Mark en het bluezy gitaarwerk van zijn broer Dennis Paul. Nog maar zelden had zydeco zo’n dansbaar effect op een bluespubliek. Van dit kwintet druipte de speelvreugde af en dit plezier weerspiegelde zich op het menigte. Op sommige festivals zoals Spring Blues (Tom Rigney) en BRBF (Lisa Haley) was zydeco een zware dobber om volledig de set uit te zitten, maar bij deze Nathan vloog de tijd voorbij.
Na dit feestje was het afwachten of Earl Thomas & Paddy Milner & The Big Sounds deze performance kon overtreffen. Earl Thomas is een Amerikaanse soul/blues/gospel zanger met een enorm stembereik. Op een bluescruise ontmoette hij de Schot Paddy Milner tijdens een jamsession. In 2008 resulteerde hun vriendschap in een titelloos album dat in ons land onopgemerkt bleef.
Voor dit optreden had Paddy zijn Big Sounds meegebracht zodat met negen muzikanten het podium goed gevuld was. De heren openden met ‘See It My Way’, ‘Same Old Blues’ en ‘Deconstruct The Devil’, allen nummers van hun gemeenschappelijke album. Echt blues was deze muziek niet, maar het geheel zat goed in elkaar. Voor de iets te theatrale Earl Thomas was deze vuurdoop in België nog iets unieker omdat hij vandaag jarig was. Zijn danspasjes verwacht je eerder bij boysbands, maar wat beschikt deze man over een krachtige soulstem.
Het mooiste nummer was het eerste nummer van de bis. ‘Let It Stay This Way’ was een nummer dat de gitarist had geschreven omdat hij volgende week ging trouwen. Earl zong dit ontroerend mooi. Als uitsmijter kregen we nog de klassieker ‘Rock Me, Baby’.

Voor deze twaalfde editie had de organisatie vele nieuwe namen op de affiche staan en werd er niet geopteerd een publiekstrekker als headliner. Toch kon de organisatie op een talrijke opkomst rekenen. Gevarenwinkel heeft zijn naam al gevestigd en de gezellige sfeer en de professionele organisatie blijven hun belangrijkste troeven. Muzikaal was deze editie niet de beste, maar toch hebben wij en vele toeschouwers genoten van ons weekendje Gevarenwinkel.